ECLI:NL:RBROT:2025:9422, Rechtbank Rotterdam, 04-08-2025, ROT 24/6235 — RBROT:2025:9422
Samenvatting
Warenwet. Is de door eiseres verhandelde verjaardagstrein speelgoed of decoratie? De staatssecretaris heeft voldoende gemotiveerd dat de verjaardagstrein speelwaarde heeft en dat het redelijkerwijze te voorzien gebruik is, dat een kind met deze verjaardagstrein zal willen spelen. Tussen partijen is ook niet in geschil dat het een voor kinderen aantrekkelijk product is. Ook volgt de rechtbank de staatssecretaris in zijn standpunt dat het gelet op de verkoopprijs niet voor de hand ligt dat de verjaardagstrein slechts voor eenmalig gebruik wordt aangeschaft, wat zou passen bij een decoratief element. Net als de staatssecretaris acht de rechtbank verder niet uitgesloten dat na het eerste gebruik de verpakking wordt weggegooid. Om die reden kan de rechtbank geen doorslaggevende betekenis toekennen aan het door eiseres beoogde gebruik en de daarmee in lijn zijnde waarschuwing op de verpakking. Ter zitting heeft eiseres benadrukt dat het de verantwoordelijkheid van de ouders is om toezicht te houden op het juiste gebruik van de verjaardagstrein. Dit doet naar het oordeel van de rechtbank echter niet af aan het feit dat deze trein speelwaarde heeft. De staatssecretaris heeft overtuigend gemotiveerd dat de verjaardagstrein moet worden aangemerkt als speelgoed en niet als decoratie. Uit onderzoek is gebleken van tekortkomingen waardoor niet wordt voldaan aan de normeis en gevaar voor verstikking ontstaat. Daarom heeft de staatssecretaris deugdelijk vastgesteld dat eiseres de verjaardagstrein niet overeenkomstig de eisen van Bijlage II bij de Richtlijn 2009/48/EG heeft vervaardigd en daarmee in strijd heeft gehandeld met artikel 2, eerste lid, in verbinding met artikel 3, eerste lid, aanhef en onder h, van het Warenwetbesluit speelgoed 2011, in verbinding met bijlage II, van Richtlijn 2009/48/EG. De staatssecretaris was daarom op grond van artikel 32a, eerste lid, van de Warenwet bevoegd eiseres daarvoor een boete van € 525,- op te leggen.
Betrokken advocaten
mr. I.C.M. Nijland
eiser
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBOBR:2025:6206, Rechtbank Oost-Brabant, 08-10-2025, C/01/412534 / HA ZA 25-112
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2025:7045, Rechtbank Rotterdam, 18-06-2025, ROT 23/1244 en ROT 24/2699
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:6406, Rechtbank Rotterdam, 30-05-2025, ROT 24/5320
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2025:130, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 04-03-2025, 23/952
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
4 augustus 2025
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
Bestuursrecht; BestuursstrafrechtZaaknummer
ROT 24/6235
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:9422