ECLI:NL:RBROT:2026:1883, Rechtbank Rotterdam, 12-02-2026, C/10/691686 / FA RK 24-9579 — RBROT:2026:1883
Samenvatting
Partijen zijn het erover eens dat de vrouw moet worden belast met het eenhoofdig gezag over de minderjarige. Zij hebben deze afspraak opgenomen in een ouderschapsplan en verzocht dit ouderschapsplan op te nemen in de beschikking. De rechtbank overweegt dat het ouderlijk gezag niet ter vrije bepaling van partijen staat en dat hier niet zomaar afstand van kan worden gedaan door de man. De man heeft het recht op en de plicht tot opvoeding van de minderjarige. De rechtbank wijst het verzoek af. Aan de man wordt een verbod opgelegd tot omgang met de minderjarige, welk verbod naar zijn aard tijdelijk is. Tot slot wordt de door de man aan de vrouw te betalen kinderbijdrage gewijzigd. De netto besteedbare inkomens van beide partijen overstijgen het netto besteedbaar gezinsinkomen ten tijde van het uiteengaan van partijen, zodat de behoefte van de minderjarige opnieuw moet worden berekend. Bij die berekening moet de rechtbank ook rekening houden met het feit dat de man inmiddels met zijn nieuwe partner twee kinderen heeft gekregen, zodat sprake is van een samengesteld gezin.
Betrokken advocaten
ATRIUM advocatuur, EMMEN
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2026:1955, Rechtbank Rotterdam, 20-02-2026, C/10/715108 / KG ZA 26-163
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RVS:2026:489, Raad van State, 28-01-2026, 202400068/1/R3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:13478, Rechtbank Rotterdam, 25-11-2025, C/10/708008 / FA RK 25-7622
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RVS:2023:4423, Raad van State, 29-11-2023, 202205254/1/R1
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
12 februari 2026
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
Civiel Recht; Personen- En FamilierechtZaaknummer
C/10/691686 / FA RK 24-9579
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:1883