ECLI:NL:RBROT:2026:2064, Rechtbank Rotterdam, 02-03-2026, C/10/714343 / KG ZA 26-112 — RBROT:2026:2064
Samenvatting
Kort geding. Erfrechtelijk geschil. Eisers in conventie zijn niet-ontvankelijk in hun vordering. Eisers in conventie hebben in ieder geval op dit moment op eigen titel geen vordering op gedaagde in conventie, terwijl naar voorlopig oordeel niet aannemelijk is dat de door moeder aan eisers in conventie verstrekte volmacht leidt tot procesbevoegdheid om mede namens moeder een procedure te voeren tegen gedaagde in conventie. Bovendien zijn eisers in conventie niet (alleen) bevoegd om namens de nalatenschap een vordering tegen gedaagde in conventie in te stellen. Reconventie. Opheffing beslag. Toewijzing. Er is summierlijk van de ondeugdelijkheid van de door eisers in conventie gelegde conservatoire (derden)beslagen gebleken.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHDHA:2025:1131, Gerechtshof Den Haag, 24-06-2025, 200.323.640/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBNHO:2023:13563, Rechtbank Noord-Holland, 24-05-2023, C/15/331571 / HA ZA 22-544
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBROT:2023:1727, Rechtbank Rotterdam, 14-02-2023, C/10/651333 / KG ZA 23-44
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHDHA:2021:552, Gerechtshof Den Haag, 06-04-2021, 200.278.410
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
2 maart 2026
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/10/714343 / KG ZA 26-112
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:2064