ECLI:NL:RBROT:2026:2320, Rechtbank Rotterdam, 04-03-2026, C/10/697949 / HA ZA 25-326 — RBROT:2026:2320
Samenvatting
De rechtbank stelt vast dat gedaagde 1 geen derdenverklaring heeft afgelegd. Gedaagde 1, tegen wie verstek is verleend, wordt daarom op grond van artikel 477a lid 1 Rv veroordeeld tot betaling van het bedrag waarvoor het beslag is gelegd. Ook stelt de rechtbank vast dat gedaagde 2 een vordering heeft op gedaagde 1. De gevorderde verklaring voor recht wordt in aangepaste vorm toegewezen, omdat de curator als derdenbeslaglegger, wiens beslag de door hypotheek versterkte vordering van gedaagde 2 op gedaagde 1 heeft getroffen, niet alleen bij de verdeling profiteert van de aan de beslagen vordering verbonden voorrang, maar ook de bevoegdheid heeft om het aan het hypotheekrecht verbonden recht van parate executie uit te oefenen.
Betrokken advocaten
DVDW Advocaten, ROTTERDAM
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2026:825, Rechtbank Rotterdam, 28-01-2026, C/10/694961 / HA ZA 25-181
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:5581, Rechtbank Rotterdam, 30-04-2025, C/10/673905 / HA ZA 24-151
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Ondernemingsrecht
ECLI:NL:RBROT:2024:2703, Rechtbank Rotterdam, 27-03-2024, C/10/669134 / HA ZA 23-1013
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2023:10924, Rechtbank Rotterdam, 22-11-2023, C/10/656012 / HA ZA 23-354
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
4 maart 2026
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
Civiel Recht; Burgerlijk ProcesrechtZaaknummer
C/10/697949 / HA ZA 25-326
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:2320