Juristi.nl

ECLI:NL:RBROT:2026:2320, Rechtbank Rotterdam, 04-03-2026, C/10/697949 / HA ZA 25-326 — RBROT:2026:2320

Samenvatting

De rechtbank stelt vast dat gedaagde 1 geen derdenverklaring heeft afgelegd. Gedaagde 1, tegen wie verstek is verleend, wordt daarom op grond van artikel 477a lid 1 Rv veroordeeld tot betaling van het bedrag waarvoor het beslag is gelegd. Ook stelt de rechtbank vast dat gedaagde 2 een vordering heeft op gedaagde 1. De gevorderde verklaring voor recht wordt in aangepaste vorm toegewezen, omdat de curator als derdenbeslaglegger, wiens beslag de door hypotheek versterkte vordering van gedaagde 2 op gedaagde 1 heeft getroffen, niet alleen bij de verdeling profiteert van de aan de beslagen vordering verbonden voorrang, maar ook de bevoegdheid heeft om het aan het hypotheekrecht verbonden recht van parate executie uit te oefenen.

Betrokken advocaten

mr. G.A. Soebhag

gedaagde

Soebhag Advocatuur, ROTTERDAM

mr. C.J.M. Verheggen

DVDW Advocaten, ROTTERDAM

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

4 maart 2026

Zaaknummer

C/10/697949 / HA ZA 25-326

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBROT:2026:2320

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBROT:2026:2058
Rechtbank Rotterdam·2 mrt 2026
Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
RBROT:2026:1449
Rechtbank Rotterdam·13 feb 2026
Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
RBROT:2026:882
Rechtbank Rotterdam·23 jan 2026
Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht