Rotterdamse schoonmaker wint zaak tegen Duits schoonmaakbedrijf dat hem in armoede liet belanden — RBROT:2026:3422
arbeidsrecht / ontbinding arbeidsovereenkomst / internationale bevoegdheid / grensoverschrijdende tewerkstelling
Eiser / verzoeker
verzoeker (schoonmaker)
Verweerder / gedaagde
Ö&I Clean GROUP GmbH en AHR Clean UG
Arbeidsovereenkomst ontbonden; Ö&I veroordeeld tot betaling van €2.624,41 bruto loon, €209,95 vakantietoeslag, een transitievergoeding, een (lager vastgestelde) billijke vergoeding en herstel van pensioenopbouw.
- Kantonrechter oordeelt dat verzoeker ondanks schriftelijk contract met AHR feitelijk een arbeidsovereenkomst had met Ö&I, op basis van cao-overname en feitelijke aansturing door Ö&I.
- Ö&I handelde ernstig verwijtbaar door de werknemer nauwelijks te laten werken, geen loon te betalen en onbereikbaar te blijven, wat leidde tot extreme financiële en psychische nood bij de man.
- Arbeidsovereenkomst per direct ontbonden; Ö&I veroordeeld tot loonbetaling, vakantietoeslag, transitievergoeding en billijke vergoeding (lager dan gevraagd).
- Ö&I moet de man aanmelden bij het pensioenfonds en de gemiste pensioenopbouw corrigeren, op straffe van een dwangsom.
- Rechtbank Rotterdam achtte zich internationaal bevoegd op grond van EEX-Vo omdat de arbeid in Nederland werd verricht, en paste Nederlands recht toe op basis van rechtskeuze in de overeenkomst.
Samenvatting
Een Rotterdamse schoonmaker die als 'kamermeisje' werkte in een Rotterdams hostel belandde in diepe armoede nadat zijn werkgever, het Duitse schoonmaakbedrijf Ö&I Clean GROUP GmbH, hem vanaf het begin van de samenwerking nauwelijks liet werken en zijn loon niet betaalde. De man at volgens zijn eigen verklaring uit de vuilnisbak van het hotel en zocht statiegeldblikjes op straat om eten te kunnen kopen. De situatie bracht hem naar eigen zeggen op de rand van zelfmoord.
De man had jarenlang gewerkt voor schoonmaakbedrijf BoClean, dat per januari 2025 de schoonmaakwerkzaamheden bij het hostel overdroeg aan Ö&I. Op grond van de toepasselijke cao in de schoonmaakbranche was Ö&I verplicht het personeel van BoClean over te nemen. Ö&I schakelde op haar beurt een onderaannemer in, AHR Clean UG, en de man tekende een arbeidsovereenkomst met AHR voor negentien uur per week. In de praktijk werd hij echter aangestuurd door een vertegenwoordiger van Ö&I, waardoor de kantonrechter oordeelde dat de werkelijke werkgever Ö&I was — ondanks dat de schriftelijke overeenkomst AHR als werkgever noemde.
Vanaf januari 2025 liet Ö&I de man nauwelijks werken. Vanaf maart 2025 werd hij helemaal niet meer toegelaten tot het werk. In strijd met de cao werd ander personeel ingezet. Er werd bijna geen loon betaald; alleen twee kleine betalingen van derden kwamen binnen, in totaal minder dan tweeduizend euro. Zijn pensioenopbouw werd stopgezet. Pogingen van de man om Ö&I te bereiken leverden niets op. Ook een kort geding over zijn loonbetaling leidde niet tot een inhoudelijke reactie van Ö&I.
Het hostel zelf had zich aanvankelijk ook als verweerder in de procedure bevonden, maar betaalde uiteindelijk het achterstallige loon en de vakantietoeslag over de periode januari 2025 tot februari 2026, en deed de toezegging ook de resterende betalingen tot de einddatum van de arbeidsovereenkomst te voldoen. Daarna werden alle verzoeken tegen het hostel ingetrokken.
Ö&I en AHR verschenen niet bij de rechtbank, ondanks uitvoerige pogingen om hen op te roepen — per brief, mail, exploot via een Duitse deurwaarder, koerier én advertentie in de Staatscourant. De kantonrechter stelde op basis van de stukken vast dat de bedrijven correct waren opgeroepen en nam de stellingen van de man als vaststaand aan.
De kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst per de datum van de uitspraak en veroordeelde Ö&I tot betaling van achterstallig loon over februari en een deel van maart 2026, in totaal ruim 2.600 euro bruto, plus vakantietoeslag van bijna 210 euro. Ö&I moet daarnaast een transitievergoeding betalen, berekend over een dienstverband dat al in oktober 2018 aanving. Ook moet het bedrijf de man aanmelden bij het pensioenfonds en de gemiste opbouw herstellen. Een billijke vergoeding werd eveneens toegewezen, zij het op een lager bedrag dan gevraagd. Ö&I werd ook veroordeeld tot het afgeven van loonstroken en betaling van de proceskosten. De kantonrechter bestempelde het handelen van Ö&I als ernstig verwijtbaar: het bedrijf liet de man maandenlang volledig in het ongewisse, zonder loon en zonder enige communicatie.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2025:15745, Rechtbank Rotterdam, 18-11-2025, 11842769 VV EXPL 25-487
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:9527, Rechtbank Rotterdam, 05-08-2025, 11678609 VZ VERZ 25-3162
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:GHSHE:2024:1871, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 06-06-2024, 200.336.588_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBROT:2023:11040, Rechtbank Rotterdam, 01-12-2023, 10409738 CV EXPL 23-8348
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Arbeidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 maart 2026
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
Civiel Recht; ArbeidsrechtZaaknummer
11914156 VZ VERZ 25-6458
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:3422