Rechter weigert ontruimingsstop na achterhouden huurbetalingsbewijs — RBROT:2026:3491
voorlopige voorziening ontruiming / schuldsanering (WSNP)
Eiser / verzoeker
Verzoeker (huurder)
Verweerder / gedaagde
Stichting Hef Wonen
Het verzoek om een ontruimingsstop is afgewezen en verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling.
- Rechtbank erkent bedreigende situatie vanwege ontruimingsvonnis en aangekondigde ontruiming, waarmee voldaan is aan de drempeleis van artikel 287b lid 2 Fw.
- Verzoeker heeft ondanks herhaalde verzoeken geen bewijs van huurbetaling over maart 2026 en geen arbeidsovereenkomst overgelegd, waardoor niet aannemelijk is dat lopende verplichtingen worden nagekomen.
- Belang van verhuurder Stichting Hef Wonen om het ontruimingsvonnis ten uitvoer te leggen weegt zwaarder dan het belang van verzoeker bij een adempauze.
- Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn WSNP-verzoek omdat het minnelijk traject naar verwachting niet op korte termijn zal zijn afgerond.
Samenvatting
Een Rotterdamse man dreigde zijn woning te verliezen nadat verhuurder Stichting Hef Wonen een ontruimingsvonnis had gekregen. Om dat te voorkomen vroeg hij de rechtbank om een tijdelijk verbod op de uitvoering van dat vonnis — een zogenaamd moratorium. Dit is een juridisch instrument dat schuldenaren in acute nood even op adem laat komen, zodat zij aan een schuldhulpverleningstraject kunnen werken.
De man diende zijn verzoek in op 23 februari 2026, samen met een verzoek om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Uit de stukken bleek dat Stichting Hef Wonen al eerder, op 9 januari 2026, een ontruimingsvonnis had gekregen en dat de verhuurder had aangekondigd op 24 februari 2026 daadwerkelijk tot ontruiming over te gaan. De rechtbank erkende dan ook dat er sprake was van een bedreigende situatie.
Tijdens de zitting op 19 maart 2026 verklaarde de man dat hij een nieuwe baan had gevonden waarmee hij ongeveer 2.500 euro netto per maand verdient — ruim voldoende om de maandelijkse huur van 561 euro te betalen. Ook schuldhulpverleningsorganisatie Geldplein was aanwezig en liet weten dat budgetbeheer zou worden opgestart. Stichting Hef Wonen verscheen niet bij de zitting, ondanks dat zij behoorlijk was opgeroepen.
De rechtbank moest afwegen of het belang van de man om in zijn woning te blijven en het schuldhulptraject te doorlopen, zwaarder weegt dan het belang van de verhuurder om het vonnis ten uitvoer te leggen. Die afweging pakte negatief uit voor de man. Hij was herhaaldelijk gevraagd om een bewijs van betaling van de huur over maart 2026 en een kopie van zijn arbeidsovereenkomst te sturen — stukken die zijn nieuwe financiële situatie hadden kunnen onderbouwen. Ondanks meerdere verzoeken van schuldhulpverlening stuurde hij deze documenten niet op.
Door het ontbreken van dit bewijs kon de rechtbank niet vaststellen dat de lopende huurverplichtingen daadwerkelijk worden nagekomen. Het belang van Stichting Hef Wonen woog daarom zwaarder. De rechtbank wees het verzoek om een ontruimingsstop af en verklaarde de man ook niet-ontvankelijk in zijn verzoek om toegelaten te worden tot de schuldsaneringsregeling, omdat het minnelijk schuldhulptraject naar verwachting niet op korte termijn zal zijn afgerond. De rechtbank liet wel weten dat de man te zijner tijd een nieuw verzoek kan indienen.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2025:2253, Rechtbank Rotterdam, 07-03-2025, 11283021 CV EXPL 24-21487
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBROT:2024:9927, Rechtbank Rotterdam, 11-10-2024, 10868637 CV EXPL 24-732
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBROT:2024:7347, Rechtbank Rotterdam, 08-08-2024, 11163843 VZ VERZ 24-5833
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBROT:2022:5514, Rechtbank Rotterdam, 06-07-2022, C/10/634004 / HA ZA 22-156
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
26 maart 2026
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
Civiel Recht; InsolventierechtZaaknummer
NL:TZ:2604508:R-RK en NL:TZ:2604509:R-RK
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:3491