Juristi.nl
ECLI:NL:RBROT:2026:3998Strafrecht

Man veroordeeld tot 3 jaar cel voor werken in cocaïnewasserij — RBROT:2026:3998

drugsdelict / medeplegen bewerken en verwerken van cocaïne (Opiumwet)

Eiser / verzoeker

Officier van justitie

VS

Verweerder / gedaagde

Verdachte

Verdachte veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van het bewerken en verwerken van cocaïne in een cocaïnewasserij.

  • Rechtbank kwalificeert de rol van de verdachte als medeplegen, niet als medeplichtigheid, vanwege zijn concrete bijdragen aan het productieproces in de cocaïnewasserij.
  • Ruim 30 kilogram cocaïne aangetroffen, deels verborgen in tegellijm uit Zuid-Amerika; verdachte en medeverdachte verbleven tien dagen als enigen in het pand.
  • Rechtbank legt 36 maanden op in plaats van de geëiste 4 jaar, met verwijzing naar LOVS-oriëntatiepunten voor bezit van meer dan 20 kilo cocaïne.
  • Verdachte erkende dat hij wist dat het om cocaïne ging en probeerde bewijs te vernietigen door zijn telefoon in zuur te gooien.
  • Rechtbank acht aannemelijk dat verdachte en medeverdachte speciaal met het doel om in de wasserij te werken vanuit Zuid-Amerika naar Nederland zijn gekomen.

Samenvatting

Een man zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland is veroordeeld voor zijn rol in een operationele cocaïnewasserij. Hij werd op 5 juni 2025 aangehouden in een loods, samen met een medeverdachte. In het pand werd ruim 30 kilogram cocaïne aangetroffen: deels verstopt in tegellijm uit Zuid-Amerika, deels in pure vorm verspreid door de ruimte.

De verdachte verbleef al ongeveer tien dagen in de loods voordat hij werd opgepakt. Aanvankelijk hielp hij met het opbouwen van het pand: hij sjouwde zakken met poeder dat rook naar nagellakremover en dat brandde op zijn handen. Later was zijn voornaamste taak het afwassen van materiaal dat zijn medeverdachte had gebruikt bij het mengen van vloeistoffen. Daarnaast bediende hij de luchtcompressor. Beide mannen sliepen als enigen in het pand, op twee aanwezige bedden. DNA van beiden werd aangetroffen in de productieruimte.

De verdachte probeerde zijn betrokkenheid te verdoezelen door zijn telefoon in een vat met zuur te gooien, maar verklaarde later openhartig tegenover de rechter-commissaris: hij wist dat het om cocaïne ging, onder meer vanwege de geur. Hij had werk aangeboden gekregen voor 1.500 euro per week. De rechtbank oordeelde dat hij en zijn medeverdachte vermoedelijk speciaal met dit doel naar Nederland waren gekomen, gezien hun Zuid-Amerikaanse afkomst en de herkomst van de tegellijm.

De verdediging betoogde dat de rol van de verdachte te beperkt was voor medeplegen en eerder als medeplichtigheid gekwalificeerd moest worden. De rechtbank verwierp dit standpunt. Hoewel de medeverdachte een prominentere rol had — hij mengde de vloeistoffen en ontving de instructies — leverde de bijdrage van de verdachte voldoende gewicht op om van een bewuste en nauwe samenwerking te spreken. Schoonmaken, sjouwen, bedienen van apparatuur en het gezamenlijk bewonen van het pand wezen op volwaardige deelname.

De officier van justitie eiste vier jaar gevangenisstraf. De rechtbank legde drie jaar op. Daarbij wees de rechtbank op de LOVS-oriëntatiepunten, die voor het aanwezig hebben van meer dan 20 kilo cocaïne uitgaan van 36 maanden. Hoewel het bewerken en verwerken van cocaïne ernstiger is dan louter bezit, zag de rechtbank geen aanleiding om hoger te gaan dan dit oriëntatiepunt. De verdachte had geen eerdere veroordelingen in Nederland. De tijd die hij al in voorarrest had doorgebracht, wordt in mindering gebracht op de straf.

Betrokken advocaten

mr. S.R. Heerenveen

verdachte

Advocatenkantoor Roethof, AMSTERDAM

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

27 maart 2026

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

10-174107-25

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBROT:2026:3998

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken