Juristi.nl
ECLI:NL:RBSGR:2012:BW7558Bestuursrecht

ECLI:NL:RBSGR:2012:BW7558, Rechtbank 's-Gravenhage, 26-04-2012, AWB 11/1608 — RBSGR:2012:BW7558

Samenvatting

Trefwoorden: gezinshereniging bij ouder(s), paspoortvereiste, 8 EVRM Wetsartikelen: 3.72 Vb, 3.23 Vb, B2/5.11 Vc, B1/4.2 Vc, 3.102, derde lid, Vb Samenvatting: Het bestreden besluit gaat over de weigering van verweerder om aan eiser (die hier te lande is geboren) een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking “gezinshereniging bij ouder(s)” te verlenen, wegens het niet beschikken over een geldig document voor grensoverschrijding. De rechtbank leidt uit het Vb af dat het uitgangspunt van de wetgever is dat aan hier te lande geboren kinderen in beginsel het paspoortvereiste wordt tegengeworpen, tenzij daaraan niet kan worden voldaan zoals nader toegelicht in verweerders beleid. Eisers standpunt dat hij verblijf beoogt bij zijn vader en dat dus niet naar de verblijfsstatus van de moeder moet en/of mag worden gekeken, heeft verweerder niet hoeven te volgen. In verweerders beleid is in paragraaf B1/4.2 van de Vc immers ook het volgende neergelegd: “Het paspoortvereiste is eveneens niet van toepassing op hier te lande geboren kinderen, ten behoeve van wie een aanvraag voor verblijf bij ouder is gedaan en waarvan de ouders zijn vrijgesteld van het paspoortvereiste aangezien zij in het bezit zijn van een verblijfsvergunning asiel, een verblijfsvergunning regulier wegens tijdsverloop in de asielprocedure of een verblijfsvergunning als Amv of een vergunning buitenschuld.” Het beleid spreekt uitdrukkelijk van ouders (meervoud) en niet van ouder (enkelvoud). Dat ligt ook voor de hand omdat, indien één van de ouders niet is vrijgesteld van het paspoortvereiste er, behoudens contra-indicaties, van moet worden uitgegaan dat (ook) de minderjarige een paspoort kan verkrijgen. Nu vaststaat dat de moeder van eiser in het bezit is van een geldig Kosovaars paspoort, heeft verweerder aan eiser het paspoortvereiste mogen tegenwerpen. De rechtbank is voorts, gelet op het ambtsbericht en de verklaring van de ambassade, van oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft mogen stellen dat eiser niet heeft aangetoond dat hij vanwege de regering van Kosovo niet of niet meer in het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding kan worden gesteld als bedoeld in artikel 3.23, vierde lid, van het Vb. Er is geen schending van artikel 8 van het EVRM. Beroep ongegrond.

Betrokken advocaten

mr. D.P.A. van Laarhoven

eiser

mr. L. Louwerse

eiser

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

26 april 2012

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

AWB 11/1608

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBSGR:2012:BW7558

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Wrakingsverzoek afgewezen: rechter mocht kritische vragen stellen
Rechtbank Den Haag·30 mrt 2026
Bestuursrecht
RBDHA:2026:5836
Rechtbank Den Haag·18 mrt 2026
Bestuursrecht
RBDHA:2026:5109
Rechtbank Den Haag·13 mrt 2026
Bestuursrecht
RBDHA:2026:5316
Rechtbank Den Haag·12 mrt 2026
Bestuursrecht
RBDHA:2026:6241
Rechtbank Den Haag·12 mrt 2026
Bestuursrecht