ECLI:NL:RBUTR:2006:AZ1205, Rechtbank Utrecht, 27-10-2006, SBR 06/3043 VV en 06/2592 — RBUTR:2006:AZ1205
Samenvatting
Het beroep voor zover het betrekking heeft op het eervol ontslag met ingang van 1 maart 2005 is gegrond verklaard. De voorzieningenrechter is van oordeel dat gelet op de tussen partijen vaststaande feiten niet zal kunnen worden gesproken van een verzoek om eervol ontslag en dat een bezwaarprocedure in zoverre niet tot een andere uitkomst zal leiden. Om die reden wordt aanleiding gezien zelf te voorzien in de zaak en wordt het primaire besluit van 9 november 2005 herroepen en wordt bepaald dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Het beroep voor zover gericht tegen het opleggen van het disciplinair ontslag slaagt niet. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder op goede gronden zich op het standpunt gesteld dat eiseres met het niet melden van haar nevenwerkzaamheden zich schuldig heeft gemaakt aan plichtsverzuim, zodat verweerder bevoegd was haar een disciplinaire straf op te leggen. Gelet op de beslissing in de hoofdzaak ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening.
Betrokken advocaten
mr. A.C.C. Balke
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:24772, Rechtbank Den Haag, 18-12-2025, 11645993 RP VERZ 25-50283
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:23331, Rechtbank Den Haag, 08-12-2025, 11810459 \ RP VERZ 25-50542
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2024:979, Centrale Raad van Beroep, 15-05-2024, 22/2996 AW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
ECLI:NL:CRVB:2024:168, Centrale Raad van Beroep, 31-01-2024, 22/957 WW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 oktober 2006
Instantie
Rechtbank Midden-NederlandRechtsgebied
Bestuursrecht; AmbtenarenrechtZaaknummer
SBR 06/3043 VV en 06/2592
Procedure
Voorlopige voorziening+bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBUTR:2006:AZ1205