ECLI:NL:RBUTR:2010:BM8114, Rechtbank Utrecht, 10-06-2010, SBR 08/2438 en SBR 09/1226 — RBUTR:2010:BM8114
Samenvatting
SBR 08/2438 betreft de bouwvergunning en vrijstelling voor een dansgelegenheid aan de Westsingel/Hellestraat (voormalige Corso-bioscoop) in Amersfoort. Het bouwplan heeft een moderne uitstraling. Eiseressen hebben bezwaar tegen het bouwplan. Volgens eiseressen is het bouwplan in strijd met het bestemmingsplan, het horecabeleid en welstand. Verder hebben eiseressen aangevoerd dat zij vrezen zij voor overlast, dat er privaatrechtelijke bezwaren zijn en dat twee kastanjebomen zullen moeten wijken voor het bouwplan. De door eiseressen aangevoerde beroepsgronden treffen geen doel. Van strijdigheid met de bouwvoorschriften of met enige concreet genoeg te achten bepaling uit de beschrijving in hoofdlijnen is de rechtbank niet gebleken. Wat betreft het gebruik voldoet het bouwplan niet aan het bepaalde in het bestemmingsplan, maar hiervoor heeft het college vrijstelling als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de WRO verleend. Ook dit vrijstellingsbesluit kan de rechterlijke toets doorstaan. Van strijdigheid met het horecabeleid is geen sprake. Het college heeft in redelijkheid het realiseren van het bouwplan van groter belang kunnen achten dan de belangen van eiseressen. Ten slotte faalt de grond dat het bouwplan niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand. Eiseressen hebben weliswaar een tegenadvies van de Welstandscommissie Midden Nederland overgelegd - waarin wordt gesteld dat het bouwplan niet aan de welstandseisen voldoet -, maar naar het oordeel van de rechtbank valt niet te zien dat het college zich niet op het Amersfoortse welstandsadvies - waarin het bouwplan aanvaardbaar wordt geacht - had mogen baseren. Er bestaat geen aanleiding voor de conclusie dat de advisering van de Amersfoortse welstandscommissie naar inhoud of wijze van totstandkoming onzorgvuldig is geweest. Daarnaast is namens het college ter zitting het welstandsadvies aan de hand van de welstandscriteria toegelicht. Het college heeft zich daarom op het standpunt kunnen stellen dat het bouwplan niet in strijd is met de redelijke eisen van welstand. SBR 09/1226 betreft de weigering van het college de bouwvergunning voor de dansgelegenheid in te trekken. Omdat vergunninghouder niet van plan is het bouwplan te realiseren en omdat de Corso-bioscoop al is gesloopt, hebben eiseressen het college verzocht de bouwvergunning in te trekken. Het college heeft hierop afwijzend beslist. Voorop staat dat de bevoegdheid van het college om een bouwvergunning in te trekken, discretionair is. Dat betekent dat de rechtbank het besluit terughoudend moet toetsen.De rechtbank oordeelt dat het college in dit stadium van de procedure in redelijkheid de belangen van eiseressen niet heeft laten prevaleren. Daarbij is van belang dat vergunninghouder het perceel wil verkopen, met de mogelijkheid daarop een dansgelegenheid te verwezenlijken. Voorts ziet de gemeente A'foort ook graag dat het bouwplan wordt verwezenlijkt. Met het intrekken van de bouwvergunning zou een onomkeerbare situatie ontstaan. Het beroep is ongegrond.
Betrokken advocaten
mr. H.J.H. Maaijen
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:6364, Raad van State, 24-12-2025, 202204305/1/R4
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBGEL:2025:10505, Rechtbank Gelderland, 01-12-2025, 455472
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBLIM:2025:11167, Rechtbank Limburg, 12-11-2025, 11521777 CV EXPL 25-682
Rechtbank Limburg · Civiel Recht
ECLI:NL:RVS:2025:4913, Raad van State, 16-10-2025, 202505072/2/R4
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
10 juni 2010
Instantie
Rechtbank Midden-NederlandRechtsgebied
Bestuursrecht; OmgevingsrechtZaaknummer
SBR 08/2438 en SBR 09/1226
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBUTR:2010:BM8114