ECLI:NL:RBUTR:2012:BY7090, Rechtbank Utrecht, 21-12-2012, SBR 11/3867 — RBUTR:2012:BY7090
Samenvatting
Vaststaat dat de gastouders (of zelfstandige onthaalouders) die op eisers kinderen passen niet in aanmerking kunnen komen voor een geldig attest van Kind & Gezin, nu de voorziening voor gastouderopvang als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wkkp bij eiser thuis in België is. In de situatie van eiser is het dus niet mogelijk te voldoen aan artikel 16a, eerste lid, van de Regeling. Ter zitting heeft verweerder erkend dat als eiser in Nederland zou wonen en gebruik zou maken van hetzelfde Nederlandse gastouderbureau en dezelfde Nederlandse gastouders, hij wel recht zou hebben op kinderopvangtoeslag. Naar het oordeel van de rechtbank worden naar België migrerende personen door de werking van artikel 16a, eerste lid, van de Regeling minder gunstig behandeld dan Nederlanders die verder in dezelfde omstandigheden verkeren als eiser, zodat een vermoeden bestaat van indirecte discriminatie naar woonplaats. Daarvan uitgaande is het stellen van de eis dat gastouders in het bezit zijn van een geldig attest als bedoeld in artikel 16a, eerste lid, van de Regeling, aan ouders die in België wonen en van wie de gastouderopvang met gebruikmaking van een Nederlands gastouderbureau en een Nederlandse gastouder bij betrokkenen thuis plaatsvindt, in strijd met de in artikel 7 van Verordening 883/2004 neergelegde regel. Dat betekent dat het stellen van die eis aan ouders die niet in Nederland wonen in strijd is met Verordening 883/2004 en dat die eis ten aanzien van eiser, die zich op deze verordening kan beroepen, buiten toepassing moet blijven. Artikel 7 van Verordening 883/2004 staat geen uitzonderingen toe op de hierin neergelegde regel op basis van bijvoorbeeld objectieve rechtvaardigingsgronden. Beroep gegrond.
Betrokken advocaten
mr. J.H.E. van der Meer
eiser
mr. M.E. Oenema
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2021:4600, Rechtbank Amsterdam, 25-08-2021, 20_5620
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBAMS:2021:4599, Rechtbank Amsterdam, 25-08-2021, AWB - 20 _ 5449
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2019:1147, Raad van State, 10-04-2019, 201804338/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2019:1023, Raad van State, 03-04-2019, 201804897/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
21 december 2012
Instantie
Rechtbank Midden-NederlandRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
SBR 11/3867
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBUTR:2012:BY7090