ECLI:NL:RBZWB:2024:2533, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17-04-2024, 10980112 \ VV EXPL 24-18 (E) — RBZWB:2024:2533
Samenvatting
Volgens vaste rechtspraak is de werkgever in beginsel verplicht om de werknemer te werk te stellen in de overeengekomen arbeid. Dat hoeft alleen niet als de werkgever voor het niet wedertewerkstellen een redelijke grond heeft. Die grond dient voldoende zwaar te wegen, gelet op het in beginsel zwaarwegende belang van de werknemer om de bedongen arbeid te kunnen blijven verrichten. In deze zaak voert werkgever als een dergelijke redelijke grond aan dat er sprake is van een duurzame verstoring van de relatie tussen werknemer en zijn leidinggevende, maar dat is naar het voorlopige oordeel van de kantonrechter niet aan de orde. Wel vindt de leidinggevende dat werknemer niet goed functioneert, maar er is nog geen deugdelijk disfunctioneringsdossier. Bovendien ligt dat ook niet aan de weigering om werknemer wedertewerk te stellen ten grondslag. Wel voert werkgever nog als redelijke grond aan dat een wedertewerkstelling niet goed is voor de gezondheid van werknemer en zal leiden tot een hernieuwde uitval, maar dat is naar het voorlopige oordeel van de kantonrechter geen redelijke grond, omdat dit niet aan werkgever is om te bepalen. Werknemer is het er niet mee eens en werkgever heeft hierover geen oordeel gevraagd van de bedrijfsarts. Kortom, werkgever heeft naar het voorlopige oordeel van de kantonrechter geen redelijke grond om af te wijken van het uitgangspunt om dat zij werknemer wedertewerk moet stellen in zijn eigen werk. Daarom wordt de vordering tot wedertewerkstelling in dit kort geding toegewezen.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:14527, Rechtbank Den Haag, 21-07-2025, C/09/687177 KG ZA 25-600
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:GHDHA:2025:643, Gerechtshof Den Haag, 15-04-2025, 200.331.623/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2024:1968, Rechtbank Den Haag, 09-02-2024, C/09/659167 / KG ZA 23-1115
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBROT:2023:5678, Rechtbank Rotterdam, 28-06-2023, C/10/646417 / HA ZA 22-841
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
17 april 2024
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtsgebied
Civiel Recht; ArbeidsrechtZaaknummer
10980112 \ VV EXPL 24-18 (E)
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2024:2533