ECLI:NL:RBZWB:2024:6564, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23-09-2024, C/02/414895 FA RK 23-4812 — RBZWB:2024:6564
Samenvatting
De rechtbank begrijpt dat de man ten einde raad is, omdat het contact maar steeds niet tot stand komt. Er zijn weliswaar geen contra-indicaties geconstateerd die gelegen zijn in zijn persoon, maar er is wel sprake van een situatie waarin in ieder geval twee van de minderjarigen hun vader inmiddels volledig afwijzen en geen enkel contact wensen. Dit gegeven, dat door verschillende professioneel betrokkenen is aangegeven, vormt wel een contra-indicatie voor omgang op dit moment. Eerst zal het onderliggende probleem moeten worden aangepakt, alvorens gekeken kan worden hoe er weer ruimte kan komen voor omgang. Dit betekent dat de ouders aan de slag moeten. Zij moeten gaan leren hoe zij de minderjarigen uit de ouderstrijd kunnen houden en hoe zij naast elkaar ouders voor de minderjarigen kunnen zijn. Daarnaast zal de hulpverlening aan de minderjarigen moeten doorlopen zolang deze is geïndiceerd. De man probeert met het verzoek tot co-ouderschap en zijn verdere verzoeken een doorbraak af te dwingen. Hoewel dat vanuit zijn gezichtspunt wellicht begrijpelijk is, is de rechtbank er van overtuigd dat toewijzing daarvan in deze – gelet op alles wat er speelt – niet tot het gewenste resultaat zal leiden en zelfs tot schade zal leiden, ook ten aanzien van (de kans op) contactherstel op de lange termijn. Eerst zal het patroon tussen partijen moeten worden doorbroken en moet er worden gewerkt aan de problematiek in de verstandhouding tussen partijen. Het forceren van de minderjarigen naar een co-ouderschap op dit moment is volstrekt onrealistisch en zal geenszins positief bijdragen aan de situatie. Het verzoek van de man om te komen tot een co-ouderschapregeling (onder a) en de daarmee samenhangende verzoeken (onder d en e) zullen dan ook worden afgewezen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vrouw aangegeven in te kunnen stemmen met het subsidiaire verzoek van de man, inhoudende dat de rechtbank wordt verzocht om een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank in het belang van elk van de minderjarigen wenselijk voorkomt en die er op gericht is om alles in het werk te stellen om op zo kort mogelijke termijn op verantwoorde en zorgvuldige wijze een contactherstel en omgang tussen de man met elk van zijn kinderen te bewerkstelligen. Mede met het oog daarop heeft de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling de ondertoezichtstelling over de minderjarigen uitgesproken. De rechtbank acht het gedwongen kader noodzakelijk om zicht te krijgen op mogelijke ruimte bij de minderjarigen en in te zetten wat daarvoor nodig is. Doch eerst moeten de ouders met elkaar aan de slag. De GI kan de regie voeren en in het oog houden of er vorderingen dan wel wijzigingen zijn in de thans bestaande situatie. De rechtbank verwacht van partijen dat zij zich zullen inzetten voor de trajecten die de GI in het kader van de ondertoezichtstelling zal inzetten. (Inclusief kindbrief)
Betrokken advocaten
Rietmeesters, UTRECHT
Mr. JAAW Advocatenkantoor, GEMONDE
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2025:5301, Rechtbank Rotterdam, 03-04-2025, C/10/651583 / FA RK 23-557 en C/10/665044/FA RK 23-6479
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:GHSHE:2024:381, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 08-02-2024, 200.321.277_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:GHSHE:2024:85, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 16-01-2024, 200.316.876_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht
ECLI:NL:RBZWB:2023:8012, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 15-11-2023, C/02/401888 / HA ZA 22-517 (E)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Ondernemingsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
23 september 2024
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtsgebied
Civiel Recht; Personen- En FamilierechtZaaknummer
C/02/414895 FA RK 23-4812
Procedure
Rekestprocedure
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2024:6564