ECLI:NL:RBZWB:2024:6683, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25-09-2024, 11166277 \ AZ VERZ 24-42 — RBZWB:2024:6683
Samenvatting
Het gaat in deze zaak allereerst om de vraag of het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven. Werkgever stelt dat € 47,00 ontbreekt uit de kluis. Werknemer had weliswaar een sleutel, maar omdat er oorspronkelijk een tweede sleutel was, die is kwijtgeraakt, kan niet met een voldoende mate van zekerheid vastgesteld worden dat werknemer het geld uit de kluis heeft laten verdwijnen. Verder is een bedrag van ruim € 4.000,00 na het 'afstorten' niet meer te traceren, maar werkgever heeft onvoldoende onderbouwd waarom werknemer hiervoor verantwoordelijk is. Werknemer had wel een rol in het afstorten, maar de (voormalig) directrice van werkgever ook. Bovendien was de afstortingsprocedure geen professioneel en voldoende beveiligd proces, waardoor de controle niet tijdig heeft plaatsgevonden en ook niet kan worden uitgesloten dat derden het geld hebben weggenomen. De overige redenen die werkgever aan het ontslag ten grondslag legt (het niet uitvoeren van dagelijkse kassatellingen, het lastminute ruilen van diensten en het niet op de juiste wijze ziekmelden) kwalificeren naar het oordeel van de kantonrechter niet als dringende reden. Het zijn geen gedragingen die als gevolg hebben dat van werkgever redelijkerwijs niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren (artikel 7:678 BW). Gezien het voorgaande is het ontslag niet rechtsgeldig gegeven en heeft werkgever opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. Daarom vernietigt de kantonrechter op verzoek van werknemer de opzegging op grond van artikel 7:681 lid 1 onder a BW. Ook de nevenvorderingen zijn toewijsbaar. Het voorwaardelijk tegenverzoek van werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen, omdat in het licht van het voorgaande ook geen sprake is van een (voldragen) ontbindingsgrond.
Betrokken advocaten
Crown Legal, ROTTERDAM
MannaertsAppels Advocaten, TILBURG
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2024:3600, Rechtbank Rotterdam, 26-04-2024, 10749668 CV EXPL 23-28018
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBROT:2023:9154, Rechtbank Rotterdam, 12-09-2023, 10532420 VZ VERZ 23-6141
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBMNE:2023:2828, Rechtbank Midden-Nederland, 15-05-2023, 10430217 UV EXPL 23-94 MB/40202
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBMNE:2021:2245, Rechtbank Midden-Nederland, 02-06-2021, C/16/502965 / HA ZA 20-322
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
25 september 2024
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtsgebied
Civiel Recht; ArbeidsrechtZaaknummer
11166277 \ AZ VERZ 24-42
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2024:6683