ECLI:NL:RBZWB:2024:7505, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16-10-2024, 10433383 \ CV EXPL 23-1216 — RBZWB:2024:7505
Samenvatting
Art. 612 e.v. Rv. Schadestaatprocedure. Eiseres, zijnde de gewezen huurder van een perceel grond waarop zij een onbemand brandstofverkooppunt exploiteerde, vordert van haar toenmalige verhuurder vergoeding van schade. Bij de beëindiging van de huurovereenkomst heeft eiseres haar wegbreekrecht niet volledig kunnen uitoefenen. In een aan deze zaak voorafgaande procedure heeft het gerechtshof de verhuurder veroordeeld “tot vergoeding aan huurder van de schade die huurder heeft geleden doordat zij bij het einde van de huurovereenkomst een gedeelte van het tankstation op het gehuurde niet heeft kunnen wegnemen, nader op te maken bij staat (...)”. Eiseres stelt primair dat de verhuurder aan de opvolgend huurder een onjuiste voorstelling van zaken heeft gegeven. Wanneer eiseres al haar eigendommen had kunnen wegnemen zou de opvolgend huurder voor alleen de grond niet zo’n hoge huurprijs hebben willen betalen en zou zij geen huurovereenkomst zijn aangegaan. In dat geval had eiseres de huur nog gedurende 11 jaren voortgezet. Haar schade bestaat uit de omzetderving over die periode. Ook had zij mogelijk gedurende die periode de huurovereenkomst aan een derde kunnen overdragen. Subsidiair vordert eiseres daarom een vergoeding die gelijk is aan een in de branche gebruikelijke overnameprijs. De kantonrechter oordeelt dat beide vorderingen zien op schade als gevolg van het niet kunnen voortzetten van de huurovereenkomst, terwijl het gerechtshof heeft geoordeeld dat (alleen) schade kan worden gevorderd die het gevolg is van de omstandigheid dat de verhuurder eiseres heeft verhinderd haar eigendommen weg te nemen. Meer subsidiair vordert eiseres een vergoeding voor de verloren waarde van de zaak. Evenwel kan niet worden vastgesteld dat de opvolgend huurder een overnamesom zou hebben willen betalen, terwijl ook niet duidelijk is geworden of het wegbreken en verkopen van onderdelen van het tankstation aan derden iets zou hebben opgeleverd. De kantonrechter wijst de vordering af.
Betrokken advocaten
mr. J.C. Broekman
gedaagde
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHSHE:2025:1842, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 01-07-2025, 200.333.767_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBGEL:2024:8421, Rechtbank Gelderland, 29-11-2024, 443632
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Goederenrecht
ECLI:NL:GHSHE:2024:3742, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 26-11-2024, 200.341.532_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
ECLI:NL:RBZWB:2024:2553, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18-04-2024, C/02/419848 / KG ZA 24-105
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
Gegevens
Datum uitspraak
16 oktober 2024
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
10433383 \ CV EXPL 23-1216
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2024:7505