Juristi.nl
ECLI:NL:RBZWB:2025:1780Strafrecht

ECLI:NL:RBZWB:2025:1780, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28-03-2025, 02-996005-14 — RBZWB:2025:1780

Samenvatting

Tussen verdachte en het Openbaar Ministerie zijn onderling afspraken gemaakt voor afdoening van de zaak terwijl de zaak onder de rechter is. De rechtbank stelt vast dat verdachte belang heeft bij de gemaakte afspraken en dat ook de samenleving gebaat is bij een gepaste afdoening die de rechtspraak niet meer dan nodig belast. Nu door verdachte vrijwillig uitvoering is gegeven aan de in het transactieaanbod gestelde voorwaarden en het Openbaar Ministerie zelf om haar niet-ontvankelijkheid verzoekt, komt de rechtbank tot de slotsom dat het strafvorderlijk belang bij voortzetting van de vervolging van verdachte niet langer aanwezig is en dat de officier van justitie daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging van de tenlastegelegde feiten.

Betrokken advocaten

mr. J.H. Peek

verdachte

Peek advocaat-belastingkundige, UTRECHT

mr. S. Leeman

verdachte

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

28 maart 2025

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

02-996005-14

Procedure

Op tegenspraak

ECLI

ECLI:NL:RBZWB:2025:1780

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBZWB:2026:2735
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·9 april 2026
Strafrecht
RBZWB:2026:2737
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·9 april 2026
Strafrecht
RBZWB:2026:2732
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·8 april 2026
Strafrecht
RBZWB:2026:2733
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·8 april 2026
Strafrecht
Taakstraf voor opzetaanranding ex-partner op verzoek slachtoffer
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·8 april 2026
Strafrecht