ECLI:NL:RBZWB:2025:3273, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 27-05-2025, 12-700246-12 — RBZWB:2025:3273
Samenvatting
Hoewel de forse overschrijding van de redelijke termijn en de schending van de verdedigingsrechten als gevolg van ontbreken van een effectieve mogelijkheid om getuigen te kunnen bevragen en het bewijs te kunnen toetsen, volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad niet kunnen leiden tot niet-ontvankelijkheid, is de rechtbank van oordeel dat alleen deze uitkomst thans passend en geboden is. Deze omstandigheden in onderlinge samenhang en verband bezien met het ontbreken van voldoende maatschappelijk belang bij verdere vervolging maken dat naar het oordeel van de rechtbank de zaak nu tot een einde moet komen. Dit wordt niet anders, nu de officier van justitie in deze geen verwijt kan worden gemaakt. Bij gebrek aan een ander instrument hiervoor in deze fase van de procedure zal de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren in de vervolging van verdachte.
Betrokken advocaten
mr. W.J.W.K. Suijkerbuijk
verdachte
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2025:8915, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 15-12-2025, 02-113385-24
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Strafrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:8751, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10-12-2025, 02-283475-24
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Strafrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:8760, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10-12-2025, 02-074324-25
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Strafrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:7153, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23-10-2025, 02-332472-24
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 mei 2025
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
12-700246-12
Procedure
Op tegenspraak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2025:3273