Juristi.nl

ECLI:NL:RBZWB:2025:5612, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 30-07-2025, C/02/436240 JE RK 25-1021 — RBZWB:2025:5612

Samenvatting

De kinderrechter gaat er hierbij wel van uit, dat de GI deze periode gebruikt, om de tijd die de minderjarige bij de moeder thuis is, voortvarend in dagdelen op te bouwen. De moeder zal in het kader van het traject goed genoeg ouderschap verder geobserveerd worden. De machtiging zal blijven voortduren, zodat de minderjarige door de oma mz kan worden opgevangen, als de moeder de zorg voor de minderjarige – tijdelijk – niet kan dragen. De kinderrechter wijst er hierbij op dat, in het geval de moeder om ondersteuning van oma mz vraagt, dat dit geen teken is van zwakte, maar juist van sterkte. De kinderrechter complimenteert de moeder voor de wijze waarop zij werkt aan haar herstel en om er weer voor de minderjarige te kunnen zijn. Daarvoor is het wel noodzakelijk dat de moeder in behandeling blijft bij de GGZ en dat zij open blijft staan voor hulp vanuit de GI.

Betrokken advocaten

mr. W.J. Jurgers

belanghebbende

Ravelijn Advocaten, BERGEN OP ZOOM

mr. W.J. Burgers te Bergen

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

30 juli 2025

Zaaknummer

C/02/436240 JE RK 25-1021

Procedure

Rekestprocedure

ECLI

ECLI:NL:RBZWB:2025:5612

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBZWB:2026:2174
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·16 maart 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht
RBZWB:2026:1670
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·11 maart 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht
RBZWB:2026:2169
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·4 maart 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht
RBZWB:2026:1909
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·3 maart 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht
RBZWB:2026:2220
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·3 maart 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht