ECLI:NL:RBZWB:2025:8079, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19-11-2025, 23/12224 — RBZWB:2025:8079
Samenvatting
Naar het oordeel van de rechtbank is over het tijdvak 2016 geen sprake van ‘in rekening gebrachte belasting’ als bedoeld in als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de Wet OB jo. artikel 15, eerste lid, onderdeel a, van de Wet OB aangezien over dat tijdvak niet nageheven kan worden in verband met verjaring. Het verzoek om teruggaaf over het tijdvak 2016 in januari 2023 heeft daarmee betrekking op btw die niet verschuldigd is en kan om die reden niet worden toegekend. De rechtbank verwerpt ook het subsidiaire standpunt van belanghebbende nu de uitspraak op bezwaar in de onderhavige procedure geen betrekking heeft op het tijdvak 2016. Verder is de rechtbank van oordeel dat het vertrouwensbeginsel niet is geschonden.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2025:9122, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22-12-2025, BRE 21/4144 t/m 21/4146, 24/1636, 24/1638, 24/1639, 24/1641 tm 24/1645
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2025:1162, Hoge Raad, 18-07-2025, 22/02691
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2024:1230, Hoge Raad, 20-09-2024, 23/04344
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2024:1231, Hoge Raad, 20-09-2024, 23/04345
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
Gegevens
Datum uitspraak
19 november 2025
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtsgebied
Bestuursrecht; BelastingrechtZaaknummer
23/12224
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2025:8079