ECLI:NL:RBZWB:2025:8314, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25-11-2025, 24/4031 — RBZWB:2025:8314
Samenvatting
Niet in geschil is dat eiseres in beginsel geen recht heeft op compensatie op grond van artikel 7:673e van het BW. Daarvoor is immers vereist dat de arbeidsovereenkomst is beëindigd door opzegging, door ontbinding of als gevolg van een (vaststellings)overeenkomst dan wel is geëindigd vanwege een van de andere in dat artikel omschreven limitatief omschreven gevallen (die zich in de onderhavige zaak niet voordoen). Het geschil spitst zich toe op de vraag of eiseres desondanks aanspraak kan maken op compensatie op basis van de door haar aangehaalde rechtspraak (dan wel de daarin toegepaste Xella-norm). Daarnaast moet worden beoordeeld of zij een recht op compensatie kan ontlenen aan door het UWV gevoerd buitenwettelijk beleid.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2026:600, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 03-02-2026, 26/50 PW VV
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:3386, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 04-06-2025, 23/3889
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:3387, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 04-06-2025, 24/6958
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:3038, Rechtbank Amsterdam, 02-05-2025, 11619053 \ KK EXPL 25-191
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
25 november 2025
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
24/4031
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2025:8314