Juristi.nl
ECLI:NL:RBZWB:2026:1441Civiel Recht; Verbintenissenrecht

Rechter weigert beëindiging huurcontract ondanks dringend eigen gebruik — RBZWB:2026:1441

huurrecht / beëindiging huurovereenkomst woonruimte wegens dringend eigen gebruik

Eiser / verzoeker

de verhuurder (eiser)

VS

Verweerder / gedaagde

Plus Budget B.V., bewindvoerder van de huurder

De kantonrechter wees de vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst af en verlengde deze voor onbepaalde tijd, omdat bij de belangenafweging het belang van de huurder zwaarder woog dan dat van de verhuurder.

  • Verhuurder heeft na relatiebreuk geen vaste woonruimte meer en vordert zijn verhuurde woning op wegens dringend eigen gebruik
  • Rechter erkent dringend eigen gebruik maar wijst vordering af omdat verhuurder zelf niet naar alternatieve woonruimte heeft gezocht en geen bijzonder belang bij deze specifieke woning heeft
  • Belang van huurder en zijn gezin (inclusief aankomende inwoning dochter) weegt zwaarder bij de belangenafweging
  • Huurovereenkomst wordt voor onbepaalde tijd verlengd

Samenvatting

Een verhuurder uit Tilburg probeerde zijn eigen huurwoning terug te krijgen nadat zijn relatie strandde en hij dakloos achterbleef. De rechtbank Zeeland-West-Brabant wees zijn vordering echter af, omdat bij de belangenafweging het belang van de huurder zwaarder woog.

De verhuurder had zijn woning in augustus 2019 verhuurd aan een man die er sindsdien met zijn partner woont. Toen de relatie van de verhuurder in april 2025 eindigde, moest hij zijn intrek nemen bij zijn 90-jarige moeder, zijn zus en zijn twee dochters — steeds voor korte periodes in kleine ruimtes. Hij zegde de huurovereenkomst op wegens dringend eigen gebruik en vroeg de rechter de huurovereenkomst per 1 december 2025 te beëindigen.

De kantonrechter erkende dat de verhuurder zijn 'zwervende' bestaan voldoende aannemelijk had gemaakt om te spreken van dringend eigen gebruik. Ook oordeelde de rechter dat de huurder, samen met zijn partner, op termijn andere passende woonruimte zou kunnen vinden — het aanbod in de regio leek ruim genoeg.

Toch viel de uiteindelijke belangenafweging uit in het voordeel van de huurder. Een cruciale omstandigheid daarbij was dat de verhuurder naar eigen zeggen zelf nooit had gezocht naar alternatieve woonruimte. Zijn enige argument was dat hij al een woning had — zijn eigendom. Een bijzonder belang om juist dát huis te bewonen, boven de huurder, kon hij niet aanvoeren.

De huurder stond er anders voor: hij woont al jaren in de woning, heeft die tot zijn thuis gemaakt en zijn partner werkt in de buurt. Bovendien is de moeder van zijn dochter ernstig ziek, waardoor die dochter binnenkort permanent bij hem zal komen wonen. Het gezin groeit dus uit tot drie personen.

De rechter concludeerde dat het voor de verhuurder — een alleenstaande die elders werkt — veel gemakkelijker zou zijn om andere woonruimte te huren dan dat het voor het gezin van de huurder zou zijn om op stel en sprong te moeten verhuizen en opnieuw te beginnen. De huurovereenkomst werd voor onbepaalde tijd verlengd, en de verhuurder moet de proceskosten van 576 euro betalen.

Betrokken advocaten

mr. A.H. Videler

eisende partij

mr. T.M. ten Velde

gedaagde partij

Advocatencollectief, TILBURG

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

4 maart 2026

Zaaknummer

11812975 \ CV EXPL 25-3756

Procedure

Bodemzaak

ECLI

ECLI:NL:RBZWB:2026:1441

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBZWB:2026:2298
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·25 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Infomedics wint incassozaak over tandheelkundige behandeling
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·25 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
DSW wint premiegeschil: man moet zorgverzekering erkennen
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·25 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Rechter laat frauderegistratie zorgaanbieder bij CZ in stand
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·25 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Rechter verplicht aannemer tot betaling meerwerk deurdrangers
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·25 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht