Juristi.nl
ECLI:NL:RBZWB:2026:2272Bestuursrecht; Belastingrecht

Belastingberoep sneuvelt bij gebrek aan machtiging gemachtigde — RBZWB:2026:2272

belastingrecht / niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbrekende machtiging

Eiser / verzoeker

Belanghebbende (naam geanonimiseerd)

VS

Verweerder / gedaagde

Inspecteur van de Belastingdienst

Beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging; de aanslag inkomstenbelasting 2019 blijft in stand.

  • Gemachtigde heeft geen machtiging overgelegd waaruit blijkt dat hij bevoegd was namens belanghebbende beroep in te stellen.
  • Rechtbank heeft twee keer (per brief en aangetekend schrijven) verzocht het verzuim te herstellen; de aangetekende brief is aantoonbaar ontvangen maar niet beantwoord.
  • Geen verontschuldiging aangevoerd voor het uitblijven van de machtiging.
  • Beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling op grond van artikel 8:54 Awb.

Samenvatting

Een belastingplichtige uit een niet nader genoemde woonplaats probeerde via zijn gemachtigde, mr. P.M. den Dulk RB, in beroep te gaan tegen een aanslag inkomstenbelasting over 2019. De inspecteur van de Belastingdienst had eerder het bezwaar van de belastingplichtige afgewezen, waarna het beroep bij de rechtbank werd ingesteld.

Een gemachtigde die namens iemand anders een juridische procedure start, is verplicht een schriftelijke machtiging te overleggen waaruit blijkt dat hij daadwerkelijk namens die persoon mag optreden. Den Dulk diende het beroepschrift in zonder zo'n machtiging.

De rechtbank gaf de gemachtigde ruimschoots de kans om dit te herstellen. Al op 30 december 2025 werd hij per brief verzocht de machtiging alsnog in te dienen. Toen dat uitbleef, stuurde de griffier op 13 februari 2026 een aangetekende brief met nogmaals de gelegenheid het verzuim te herstellen, ditmaal binnen twee weken. Uit gegevens van PostNL bleek dat deze brief op 20 februari 2026 persoonlijk werd afgehaald en voor ontvangst werd getekend. Desondanks bleef een reactie uit.

De gemachtigde gaf ook geen enkele verklaring voor het uitblijven van de machtiging. Omdat er geen verontschuldiging was én het beroepschrift duidelijk liet zien dat Den Dulk niet voor zichzelf maar voor zijn cliënt in beroep wilde komen, zag de rechtbank geen ruimte om het beroep toch te behandelen.

De rechtbank verklaarde het beroep dan ook niet-ontvankelijk, zonder inhoudelijke beoordeling. De aanslag inkomstenbelasting 2019 blijft daarmee zoals die was vastgesteld door de Belastingdienst. Een proceskostenvergoeding werd niet toegekend.

Betrokken advocaten

mr. P.M. den Dulk RB

eiser

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

27 maart 2026

Zaaknummer

BRE 25/6757

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBZWB:2026:2272

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter handhaaft btw-boete voor vergeten btw-aangifte
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·30 maart 2026
Bestuursrecht; Belastingrecht
Naheffingsaanslag parkeerbelasting Breda vernietigd, beroep niet-ontvankelijk
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·30 maart 2026
Bestuursrecht; Belastingrecht
Rechtbank verklaart beroep Duitse belastingplichtige niet-ontvankelijk
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·30 maart 2026
Bestuursrecht; Belastingrecht
Rechter vernietigt aanmaningskosten en kent dwangsom toe wegens trage beslissing
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·30 maart 2026
Bestuursrecht; Belastingrecht
Bredanaar krijgt griffierecht terug na vernietiging parkeerboete
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·30 maart 2026
Bestuursrecht; Belastingrecht