Belastingrechter verwerpt beroep wegens onbetaald griffierecht — RBZWB:2026:2275
belastingrecht / griffierecht / niet-ontvankelijkheid
Eiser / verzoeker
Belanghebbende (anoniem)
Verweerder / gedaagde
Inspecteur van de Belastingdienst
Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht van €53, waardoor de beslissing van de Belastingdienst in stand blijft.
- Griffierecht van €53 niet betaald ondanks twee aanmaningen, waarvan de tweede aangetekend verstuurd en aantoonbaar ontvangen
- Belanghebbende heeft geen verklaring gegeven voor het niet betalen, waardoor verontschuldigd verzuim niet kan worden aangenomen
- Beroep niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:41 Awb zonder inhoudelijke beoordeling
- Uitspraak gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid
Samenvatting
Een belastingplichtige diende in december 2025 digitaal beroep in bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant tegen een beslissing van de Belastingdienst. Het beroep strandde echter voordat de rechter ook maar één inhoudelijke blik op de zaak kon werpen.
De oorzaak was simpel: het griffierecht van 53 euro bleef onbetaald. De griffier wees de belastingplichtige al op 13 december 2025 per brief op de betalingsverplichting en gaf daarvoor vier weken de tijd. Toen betaling uitbleef, volgde op 12 januari 2026 een tweede kans — ditmaal via een aangetekende brief. PostNL bevestigde dat die brief op 14 januari 2026 om 11:40 uur persoonlijk in ontvangst werd genomen.
Ook na deze tweede aanmaning bleef betaling uit. De belastingplichtige gaf bovendien geen enkele verklaring voor het uitblijven van de betaling. Dat is problematisch, want de wet biedt wel ruimte om niet-betaling te verschonen als daar een goede reden voor bestaat — maar die reden moet dan wel worden aangedragen.
De rechtbank oordeelde dat van een verontschuldigbare reden geen sprake was en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Daarmee blijft de oorspronkelijke beslissing van de Belastingdienst gewoon van kracht en wordt de zaak inhoudelijk niet beoordeeld. De belastingplichtige heeft nog wel de mogelijkheid om verzet aan te tekenen tegen deze uitspraak, binnen zes weken na bekendmaking.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2026:570, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 02-02-2026, 25/314
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBZWB:2026:491, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28-01-2026, 25/444 en 25/445
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBZWB:2026:490, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28-01-2026, 25/297
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBZWB:2026:366, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 26-01-2026, BRE 25/4334
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Belastingrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 maart 2026
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtsgebied
Bestuursrecht; BelastingrechtZaaknummer
BRE 25/6384
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:2275