Belastingberoep sneuvelt op onbetaald griffierecht van €53 — RBZWB:2026:2276
niet-ontvankelijkheid beroep wegens onbetaald griffierecht / belastingrecht
Eiser / verzoeker
Belanghebbende (anoniem)
Verweerder / gedaagde
Inspecteur van de Belastingdienst
Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van €53 griffierecht, zonder inhoudelijke beoordeling.
- Griffierecht van €53 niet betaald ondanks twee aanmaningen, waarvan de tweede aangetekend verzonden en aantoonbaar bezorgd
- Belanghebbende heeft geen enkele reden opgegeven voor het uitblijven van betaling, zodat geen verontschuldigbare omstandigheid aanwezig is
- Beroep niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:41 Awb; inhoudelijke beoordeling blijft achterwege
- Het bestreden besluit van de Belastingdienst van 31 oktober 2025 blijft in stand
Samenvatting
Een belastingplichtige diende eind 2025 een beroepschrift in bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant tegen een besluit van de Belastingdienst. De zaak komt echter nooit inhoudelijk aan de orde, want de belastingplichtige vergat het verplichte griffierecht te betalen.
Nadat het beroep op 12 december 2025 werd ontvangen, stuurde de griffier een week later een eerste brief met de mededeling dat binnen vier weken €53 aan griffierecht moest worden voldaan. Dat bedrag bleef uit. Daarop volgde op 12 januari 2026 een aangetekende brief met een tweede kans. PostNL bevestigt dat die brief twee dagen later, op 14 januari, om 11:40 uur is bezorgd en dat er voor ontvangst is getekend. Ook na deze herinnering bleef betaling uit.
De rechtbank mag een beroep niet-ontvankelijk verklaren als het griffierecht niet is betaald, tenzij daar een goede reden voor bestaat. De belastingplichtige gaf echter helemaal geen reden op voor het uitblijven van de betaling. Daarmee is er geen sprake van een verontschuldigbare omissie.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk, zonder de inhoudelijke klacht tegen het besluit van de Belastingdienst te beoordelen. Het bestreden belastingbesluit blijft daarmee gewoon van kracht. De belastingplichtige kan binnen zes weken nog wel verzet aantekenen tegen deze uitspraak.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2026:570, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 02-02-2026, 25/314
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBZWB:2026:491, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28-01-2026, 25/444 en 25/445
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBZWB:2026:490, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28-01-2026, 25/297
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBZWB:2026:366, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 26-01-2026, BRE 25/4334
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Belastingrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 maart 2026
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtsgebied
Bestuursrecht; BelastingrechtZaaknummer
BRE 25/6383
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:2276