Tilburgse man veroordeeld voor supermarktoverval met mes — RBZWB:2026:2285
diefstal met geweld / overval / vrijspraak steekincident
Eiser / verzoeker
Officier van justitie (mr. L. van Hemert)
Verweerder / gedaagde
Verdachte (geboren 1994, zonder vaste woon- of verblijfplaats)
Verdachte veroordeeld voor één diefstal met geweld (supermarktoverval); vrijgesproken van de Kruidvat-overval en het steekincident — de exacte strafmaat is in de uitspraak niet afgerond vermeld, maar de ISD-maatregel dan wel gevangenisstraf is opgelegd.
- Herkenning door twee verbalisanten op camerabeelden voldoende voor bewezenverklaring supermarktoverval, mede omdat zij foto's ter bevestiging raadpleegden
- Vrijspraak Kruidvat-overval: herkenningskenmerken (haarsnit, gezichtsbeharing) waren feitelijk niet zichtbaar op de camerabeelden
- Vrijspraak steekincident: enkel de aangifte wees verdachte aan als dader; overige getuigenverklaringen te vaag en geen objectief steunbewijs
- Reclassering adviseerde onvoorwaardelijke ISD-maatregel wegens instabiliteit op alle leefgebieden en uitgebreid recidivepatroon
Samenvatting
Een man zonder vaste woon- of verblijfplaats stond op 30 november 2025 in een supermarkt in Tilburg bij de kassa met twee flesjes bier. Op het moment dat de kassière de kassa opende, pakte hij een mes en richtte dat op haar. Hij greep vervolgens circa 600 euro uit de kassa en vluchtte de winkel uit. Bij het vertrek zwaaide hij nog een keer met het mes in de richting van de kassière, die zichtbaar opschrok op de camerabeelden.
De rechtbank had te oordelen over drie afzonderlijke feiten. Bij de supermarktoverval herkenden twee agenten de verdachte onafhankelijk van elkaar op de camerabeelden. Beide verbalisanten kenden hem van eerdere aanhoudingen en raadpleegden ter bevestiging een foto van hem. De rechtbank achtte deze herkenningen voldoende specifiek en betrouwbaar.
Anders liep het af bij de tweede tenlastegelegde overval, op datzelfde dag bij een Kruidvat in Tilburg. Ook daar herkenden agenten de verdachte op camerabeelden, maar de rechtbank stelde na zorgvuldig bekijken van die beelden vast dat de kenmerken waarop de herkenning was gebaseerd — zoals de haarsnit en gezichtsbeharing — schlicht niet zichtbaar waren op het beeldmateriaal. Omdat er geen ander bewijs was, sprak de rechtbank de verdachte vrij van deze overval.
Een derde zaak betrof een steekincident uit oktober 2024 waarbij een slachtoffer in zijn arm werd gestoken. Het slachtoffer wees de verdachte aan via een bijnaam, maar een directe herkenning ontbrak in het dossier. Een getuige die de dader naar eigen zeggen kende, gaf een te vage verklaring en was bovendien merkbaar onder invloed tijdens zijn verhoor. Verder objectief bewijs ontbrak. De rechtbank sprak de verdachte ook van dit feit vrij.
De rechtbank hield bij de strafmaat rekening met het uitgebreide strafblad van de verdachte: zestien pagina's met veroordelingen voor zowel vermogens- als geweldsdelicten. Opvallend is dat hij op de dag van de supermarktoverval net was vrijgekomen na een gevangenisstraf van twee maanden voor een auto-inbraak. De reclassering constateerde dat de verdachte op vrijwel alle leefgebieden instabiel is en adviseerde een onvoorwaardelijke ISD-maatregel — een maatregel voor stelselmatige daders die tot twee jaar opsluiting kan leiden met als doel gedragsverandering.
De officier van justitie eiste zes jaar gevangenisstraf. De verdediging voerde geen strafmaatverweer. De rechtbank veroordeelde de man voor de bewezen verklaarde supermarktoverval en legde hem de gevangenisstraf op met aftrek van het voorarrest.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2025:3615, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23-05-2025, C/02/435541 / FA RK 25-2560
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:1700, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19-03-2025, C/02/433058 / FA RK 25-1346
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:1231, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11-02-2025, C/02/431661 / FA RK 25-652
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:931, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 07-02-2025, C/02/431134 / FA RK 25-374
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 maart 2026
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
02-330318-25 en 02-331677-24 (gev. ttz)
Procedure
Op tegenspraak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:2285