Juristi.nl
ECLI:NL:RBZWB:2026:2395Bestuursrecht

Gemeente Hulst te traag met handhavingsbesluit over parkerende vrachtwagens — RBZWB:2026:2395

bestuurlijk handhavingsverzoek / dwangsom wegens niet tijdig beslissen

Eiser / verzoeker

Twee bewoners uit de gemeente Hulst

VS

Verweerder / gedaagde

College van burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst

Beroep gegrond verklaard: gemeente Hulst moet binnen twee weken alsnog beslissen op het handhavingsverzoek, een bestuurlijke dwangsom van €1.442 betalen en bij verdere vertraging €100 per dag (max. €15.000)

  • Gemeente Hulst overschreed zelf verlengde beslistermijn van 8 december 2025 zonder besluit te nemen op handhavingsverzoek
  • Rechtbank stelt bestuurlijke dwangsom vast op het wettelijk maximum van €1.442 wegens meer dan 42 dagen te laat beslissen
  • Gemeente krijgt twee weken na uitspraak om alsnog te beslissen, op straffe van €100 per dag (max. €15.000)
  • Uit dossier blijkt gemeente al een handhavingsvoornemen had uitgebracht en zienswijzetermijn was verstreken, zodat besluit mogelijk was

Samenvatting

Twee bewoners uit de gemeente Hulst hadden in september 2025 een handhavingsverzoek ingediend bij het college van burgemeester en wethouders. Ze klaagden over een buurperceel waar dagelijks vrachtwagens en aanhangers worden geparkeerd en gereden, wat volgens hen niet past bij de woonbestemming van dat perceel. Ze vroegen de gemeente om handhavend op te treden.

Het college liet al snel weten de wettelijke beslistermijn van acht weken niet te halen en maakte kenbaar uiterlijk 8 december 2025 een besluit te nemen. Die datum verstreek echter zonder dat er een besluit viel. De bewoners stelden de gemeente op 10 december 2025 formeel in gebreke — een wettelijk vereiste stap voordat beroep kan worden ingesteld bij de rechter.

Nadat ook de twee weken na die ingebrekestelling verliepen zonder beslissing, stapten de bewoners naar de rechtbank. Ze vroegen de rechter niet alleen om de gemeente te dwingen alsnog te beslissen, maar ook om de al opgelopen bestuurlijke dwangsom vast te stellen die de wet automatisch aan het stilzitten verbindt.

De rechtbank stelde vast dat het beroep kennelijk gegrond is en deed uitspraak zonder zitting. Uit het dossier bleek overigens dat de gemeente inmiddels wel bezig was met de zaak: op 23 december 2025 was al een voornemen tot handhaving bekendgemaakt en op 15 januari 2026 was de zienswijzetermijn voor de bewoners van het betreffende perceel verstreken. Er was dus geen reden meer voor verder uitstel.

De rechtbank droeg de gemeente op binnen twee weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen. Voor elke dag dat die nieuwe termijn wordt overschreden, moet de gemeente de eisers €100 betalen, met een maximum van €15.000. Daarnaast stelde de rechtbank de bestuurlijke dwangsom vast die de gemeente op grond van de wet al verschuldigd was door het te laat beslissen: €1.442, het wettelijk maximum over 42 dagen. Ook moet de gemeente het griffierecht van €200 vergoeden en €467 aan proceskosten betalen.

Gegevens

Datum uitspraak

27 maart 2026

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

BRE 26/729

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBZWB:2026:2395

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBZWB:2026:2480
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·2 april 2026
Bestuursrecht
Rechter dwingt UWV tot WIA-herbeoordelingsbesluit met dwangsom
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·27 maart 2026
Bestuursrecht
UWV moet binnen vier maanden beslissen op Wajong-bezwaar
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·27 maart 2026
Bestuursrecht
Rechter dwingt UWV tot beslissen over WIA-bezwaar binnen vier maanden
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·27 maart 2026
Bestuursrecht
Dienst Toeslagen krijgt dwangsom na herhaald te laat beslissen
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·27 maart 2026
Bestuursrecht