Juristi.nl
ECLI:NL:RBZWB:2026:2425Strafrecht

Man veroordeeld voor wurging en gevaarlijk rijgedrag in Goes — RBZWB:2026:2425

poging tot zwaar lichamelijk letsel / wurging / gevaarlijk rijgedrag / weigering bloedonderzoek

Eiser / verzoeker

Officier van justitie (mr. E. Kool)

Verweerder / gedaagde

Verdachte (geboren 1992, zonder vaste woon- of verblijfplaats)

Verdachte veroordeeld voor poging tot zwaar lichamelijk letsel, gevaarlijk rijgedrag en weigering bloedonderzoek; vrijgesproken van poging tot doodslag — de exacte straf is niet volledig uit de uitspraak op te maken doordat het vonnis is afgekapt.

  • Vrijspraak van poging tot doodslag omdat de duur van de wurghandeling onbekend is en daardoor de aanmerkelijke kans op de dood niet kan worden vastgesteld
  • Veroordeling voor poging tot zwaar lichamelijk letsel: de kracht van de wurging en het zwart worden voor de ogen van het slachtoffer volstaan voor die kwalificatie
  • Veroordeling voor gevaarlijk rijgedrag: verdachte reed te hard, haalde in en negeerde rood licht tijdens een politieachtervolging
  • Veroordeling voor weigering bloedonderzoek: verweer dat verdachte in shocktoestand verkeerde verworpen wegens tijdsverloop van drie uur en inconsistente verklaringen
  • Verklaringen verdachte meerdere malen tegenstrijdig en niet ondersteund door andere bewijsmiddelen, terwijl aangeefster wordt gestaafd door medisch letsel, foto's en getuigenverklaring

Samenvatting

Een man zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland stond terecht voor drie ernstige feiten die zich op 18 oktober 2025 afspeelden in de omgeving van Goes. Hij zou de keel van een vrouw hebben dichtgeknepen, gevaarlijk hebben gereden tijdens een achtervolging door de politie en hebben geweigerd mee te werken aan een bloedonderzoek.

De rechtbank moest beoordelen hoe ernstig de wurghandeling was geweest. De aangeefster verklaarde dat de verdachte haar keel met twee handen pakte en met kracht dichtkneep, waardoor zij geen adem meer kon halen, het benauwd kreeg en het zwart werd voor haar ogen. Ze verloor echter niet het bewustzijn. Een forensisch arts stelde letsel aan haar hals vast, ook kon ze nauwelijks slikken en was ze aan het hoesten. De kleindochter van de aangeefster, die op dat moment boven in de woning was, belde haar grootmoeder met de boodschap dat de verdachte er was; na geschreeuw werd het stil. Zij stuurde vervolgens een sms: 'hij heeft haar keel dichtgeknepen.'

De verdachte ontkende alles, maar zijn verklaringen bleken op meerdere punten tegenstrijdig en werden door geen enkel ander bewijsmiddel ondersteund. De rechtbank achtte op basis van de medische informatie, de foto's van het letsel en de getuigenverklaring bewezen dat de verdachte de wurging had uitgevoerd.

Over de ernst van de wurghandeling oordeelde de rechtbank genuanceerd. Voor een veroordeling wegens poging tot doodslag — het zwaarste verwijt — is vereist dat er een aanmerkelijke kans op de dood bestond. Hoewel vaststond dat de verdachte aanzienlijke kracht had gebruikt, had de aangeefster niet verklaard hoe lang de wurghandeling had geduurd. Zonder die tijdsduur kon de rechtbank niet vaststellen dat de kans op overlijden aanmerkelijk was. De verdachte werd dan ook vrijgesproken van poging tot doodslag.

Wel veroordeelde de rechtbank hem voor poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. De kracht van de wurging, het zwart worden voor de ogen van het slachtoffer en het feit dat de nek en hals een kwetsbaar lichaamsdeel zijn — met risico op bloedvatschade en hersenletsel door zuurstoftekort — volstonden voor die conclusie. Door twee keer de keel dicht te knijpen had de verdachte die aanmerkelijke kans op zwaar letsel bewust aanvaard.

Naast de wurghandeling reed de verdachte na het incident gevaarlijk weg, reed hij te hard, haalde hij anderen in en negeerde hij rode stoplichten. Uiteindelijk belandde zijn auto in een sloot. Na zijn aanhouding gaf een speekseltest een indicatie voor cannabisgebruik. Ruim drie uur later sommeerde een hulpofficier van justitie hem mee te werken aan een bloedonderzoek. De verdachte weigerde, ook nadat hem via een tolk in het Spaans was uitgelegd wat de gevolgen van weigering waren. Zijn verweer dat hij nog in shock was door het ongeluk vond de rechtbank niet aannemelijk, gelet op het tijdverloop en het ontbreken van enige onderbouwing daarvoor.

De officier van justitie had veertig maanden gevangenisstraf geëist, maar die eis was gebaseerd op het zwaardere feit van poging tot doodslag, waarvan de verdachte werd vrijgesproken. De verdediging pleitte voor een straf gelijk aan het voorarrest. De rechtbank legde uiteindelijk een gevangenisstraf op, met aftrek van de tijd die de verdachte al in voorarrest had doorgebracht.

Betrokken advocaten

mr. E.V.W. Buijsen

verdachte

Advocatenkantoor Zeeland, GOES

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

1 april 2026

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

02-277486-25

Procedure

Op tegenspraak

ECLI

ECLI:NL:RBZWB:2026:2425

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter legt veelpleger voorwaardelijke ISD-maatregel op na reeks diefstallen
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·2 apr 2026
Strafrecht
Peruaanse man veroordeeld voor doodsbedreigingen na conflict zoon
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·2 apr 2026
Strafrecht