Bredase man veroordeeld voor illegaal vuurwerk en drugs — RBZWB:2026:2650
illegale opslag en bezit van professioneel vuurwerk / drugs / kostenverhaal
Eiser / verzoeker
Officier van justitie
Verweerder / gedaagde
Verdachte
Verdachte veroordeeld voor illegale opslag en bezit van professioneel vuurwerk (twee momenten) en bezit van hasjiesj, met oplegging van kostenverhaal van €21.541; vrijgesproken van het onderdeel Dum Bum-vuurwerk uit de eerste zaak.
- Verdachte vrijgesproken van Dum Bum-vuurwerk uit eerste zaak wegens ontbreken NFI-rapport en onvoldoende technisch bewijs voor kwalificatie als professioneel vuurwerk.
- Mascleta's, Witte koker shells en Napolitaanse bommen wél als professioneel vuurwerk bewezen verklaard op basis van beoordeling materiedeskundige Centraal Onderzoeksteam Vuurwerk.
- Brutogewichten van vuurwerk en hasjiesj erkend als bruto (inclusief verpakking), maar dit verandert de bewezenverklaring niet; wel meegewogen bij straftoemeting.
- Maatregel kostenverhaal gevorderd van €21.541 voor opruimwerkzaamheden gerelateerd aan inbeslaggenomen vuurwerk.
- Officier matigt eis van 23 naar 16 maanden gevangenisstraf vanwege tijdsverloop en het niet meenemen van de zaak in eerdere procesafspraken.
Samenvatting
Een man uit Fijnaart stond terecht voor het illegaal opslaan en bezitten van grote hoeveelheden professioneel vuurwerk op twee aparte momenten, en voor het bezit van drugs. De rechtbank Zeeland-West-Brabant veroordeelde hem op 7 april 2026 voor alle feiten, op één onderdeel na.
In november 2023 werd bij de man op de zolderverdieping van een woning in Fijnaart een grote voorraad professioneel vuurwerk aangetroffen. De woning bevond zich midden in een woonwijk, vlak bij een sport- en feestzalencentrum dat duizenden bezoekers kan ontvangen. De rechtbank benadrukte dat de gevaren van vuurwerkopslag in een woning enorm zijn: brand en explosies hadden kunnen leiden tot ongekende schade en slachtoffers in de directe omgeving.
Ongeveer een jaar later, op 31 december 2024, werd de man opnieuw betrapt. Agenten troffen hem aan met grote hoeveelheden professioneel vuurwerk én consumentenvuurwerk in de open laadbak van een bus in Zegge, gemeente Rucphen. Daarbij had hij ook ruim 53 gram hasjiesj bij zich. De rechtbank stelde vast dat de man klaarblijkelijk niets had geleerd van de eerste inbeslagname en nog steeds niet stilstond bij de gevaren van zijn gedrag voor zichzelf en anderen.
De verdediging voerde aan dat enkele specifieke vuurwerkproducten — de zogeheten Mascleta's, Witte koker shells, Napolitaanse bommen en een type Dum Bum-vuurwerk — ten onrechte als professioneel vuurwerk waren aangemerkt, omdat die kwalificatie enkel op uiterlijke kenmerken was gebaseerd en niet op technisch onderzoek. De rechtbank ging grotendeels mee met dit verweer voor het Dum Bum-vuurwerk uit de eerste zaak: doordat hierover geen NFI-rapport beschikbaar was, werd de man op dat onderdeel vrijgesproken. Voor de Mascleta's, Witte koker shells en Napolitaanse bommen oordeelde de rechtbank echter anders: een materiedeskundige van het Centraal Onderzoeksteam Vuurwerk had deze producten beoordeeld en gecategoriseerd als professioneel vuurwerk, en dat oordeel was voldoende bewijs.
De officier van justitie had aanvankelijk een gevangenisstraf van 23 maanden geëist, maar matigte die eis naar 16 maanden vanwege het tijdsverloop en de omstandigheid dat de zaak niet was meegenomen in eerdere procesafspraken over een andere veroordeling. De verdediging pleitte voor een maximale taakstraf van 240 uur in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf, en wees daarbij ook op het feit dat de geregistreerde gewichten brutogewichten betroffen — inclusief verpakking — en dat het nettogewicht van het vuurwerk en de drugs dus lager zou liggen. De rechtbank erkende dit, maar oordeelde dat het de bewezenverklaring niet veranderde; de brutogewichten werden wel meegewogen bij de straftoemeting.
De rechtbank legde de man uiteindelijk een gevangenisstraf op en gelastte daarnaast kostenverhaal voor de opruimwerkzaamheden rondom het inbeslaggenomen vuurwerk. De verdediging had bepleit die kosten te beperken tot ruim €13.000, omdat een deel van de opruimwerkzaamheden geen betrekking had op het vuurwerk in de tenlastelegging. De officier van justitie vorderde een totaalbedrag van €21.541 aan kostenverhaal. De rechtbank veroordeelde de man tot een gevangenisstraf en legde de maatregel kostenverhaal op.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2025:9032, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18-12-2025, 02-228192-25
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Strafrecht
ECLI:NL:RBNNE:2025:5608, Rechtbank Noord-Nederland, 17-12-2025, 25-016284
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht; Europees Strafrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:8554, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21-11-2025, 02-306560-24
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Strafrecht
ECLI:NL:RBNNE:2025:4795, Rechtbank Noord-Nederland, 19-11-2025, 25-003230
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
7 april 2026
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
82-195281-25
Procedure
Op tegenspraak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:2650