Straatrover veroordeeld voor messteek naar bejaarde krantenman — RBZWB:2026:661
diefstal met geweld / straatroof met messteek
Eiser / verzoeker
Officier van justitie (mr. I.M. Peters)
Verweerder / gedaagde
verdachte
De verdachte werd veroordeeld tot vier maanden voorwaardelijke gevangenisstraf; de benadeelde partij kreeg €500 immateriële schadevergoeding toegewezen maar de materiële schadevordering werd niet-ontvankelijk verklaard.
- Verdachte bekende samen met een medeverdachte een 74-jarige krantenman met een mes te hebben neergestoken en zijn auto te hebben gestolen
- Rechtbank legde vier maanden voorwaardelijke gevangenisstraf op in plaats van de geëiste negen maanden, mede vanwege meerdere toepassingen van artikel 63 Sr
- Materiële schadevergoeding van het slachtoffer werd niet-ontvankelijk verklaard wegens onduidelijkheid over teruggevonden spullen en verzekeringsuitkering
- Immateriële schadevergoeding van €500 werd volledig toegewezen voor het opgelopen lichamelijk letsel
Samenvatting
Een 21-jarige man uit Breda is veroordeeld voor een gewapende straatroof waarbij een 74-jarige krantenman werd neergestoken. De rechtbank Zeeland-West-Brabant deed op 5 februari 2026 uitspraak in de zaak die betrekking heeft op een incident van 15 juli 2023.
In de vroege ochtend van die dag was de bejaarde aangever bezig met het bezorgen van kranten bij een tankstation aan de Zwijnsbergenstraat in Breda. Plotseling kwamen twee gemaskerde mannen met messen op hem afgerend. Ze eisten zijn autosleutels met de dreigende woorden 'sleutels, sleutels'. Toen het slachtoffer probeerde te voorkomen dat zijn Opel Mokka werd gestolen, werd hij met een groot mes in zijn linkeronderarm gestoken. De daders gingen er vandoor met de auto, een jas, sleutels, een portemonnee en een mobiele telefoon.
De verdachte legde op zitting een bekennende verklaring af. De rechtbank sprak hem schuldig aan diefstal met geweld, gepleegd samen met een ander. De rechters omschreven de daad als 'laf' en wezen erop dat de verdachten uitsluitend uit waren op financieel gewin, zonder enige aandacht voor de gevolgen voor het slachtoffer. De rechtbank benadrukte ook dat dit soort willekeurige geweldsmisdrijven bijdragen aan gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving.
Bij de strafbepaling speelden meerdere factoren een rol. De verdachte heeft na dit feit nog meerdere veroordelingen opgelopen, ook voor soortgelijke delicten. Tegelijkertijd hield de rechtbank rekening met het zogenoemde samenloopbeginsel: omdat eerdere veroordelingen zijn uitgesproken ná het delict uit 2023, moest de rechtbank die bij de strafmaat betrekken. Gunstig voor de verdachte was dat hij zijn afspraken met de reclassering en een zorgverlener goed nakomt, samenwoont, een volledig dienstverband heeft en een ondersteunend netwerk om zich heen heeft.
De officier van justitie had een voorwaardelijke gevangenisstraf van negen maanden geëist, maar de rechtbank legde een lagere straf op: vier maanden voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van twee jaar. Aan die proeftijd zijn bijzondere voorwaarden verbonden, waaronder een meldplicht bij de reclassering, ambulante begeleiding, verplichte dagbesteding, het aflossen van schulden en beheersing van middelengebruik.
Het slachtoffer had als benadeelde partij ruim tweeduizend euro aan schadevergoeding gevorderd, waarvan bijna vijftienhonderd euro aan materiële schade en vijfhonderd euro voor immateriële schade. De rechtbank wees de materiële schade af omdat onvoldoende duidelijk was welke spullen al waren teruggevonden of vergoed door de verzekering. Nader onderzoek daarnaar zou het strafproces te zwaar belasten. De vijfhonderd euro voor het lichamelijk en emotioneel leed werd wel volledig toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het incident. De verdachte en zijn medeverdachte zijn hiervoor hoofdelijk aansprakelijk.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2025:8193, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 07-11-2025, C/02/440273 / JE RK 25-1744
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:5346, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 01-07-2025, C/02/436821 / JE RK 25-1138 en C/02/436823 / JE RK 25-1139
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:252, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 08-01-2025, C/02/427545 / JE RK 24-1832 en C/02/429384 / JE RK 24-2174
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBZWB:2024:9039, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18-12-2024, C/02/427545 / JE RK 24-1832
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
5 februari 2026
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
02-075671-24
Procedure
Op tegenspraak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:661