ECLI:NL:RVS:2001:AD3374, Raad van State, 08-08-2001, 200002459/1 — RVS:2001:AD3374
Samenvatting
Uitleg art. 352.2 bouwverordening. Bestuursdwangaanschrijving tot het staken van het gebruik van een magazijnloods voor detailhandelsdoeleinden. Ten tijde van het nemen van het primaire en het bestreden besluit gold voor het betrokken perceel geen bestemmingsplan. Het gebruik van het pand werd destijds beheerst door het bepaalde in art. 352.2 gemeentelijke bouwverordening. Ingevolge deze bepaling is het verboden niet in een bestemmingsplan begrepen bouwwerken en hun aanhorigheden te gebruiken in strijd met de bestemming, die zij blijkens hun constructie dan wel inrichting hebben. Art. 352.2 bouwverordening is een gebruiksbepaling. Zij heeft naar haar aard geen planologische, maar uitsluitend een bouwkundige betekenis. Het daarin neergelegde verbod is, gezien de bewoordingen, gerelateerd aan de bouwkundige hoedanigheid van het bouwwerk en de daaruit blijkende bestemming. Bepalend is daarbij de feitelijke constructie en inrichting. De bouwaanvraag en de daarop verleende bouwvergunning zijn dus niet bepalend, al kunnen zij wel bij de beoordeling worden betrokken. Indien het bouwwerk de geschiktheid heeft gehad om overeenkomstig de (bouwkundige) bestemming te worden gebruikt, is gebruik in strijd met die bestemming verboden. Daarvan is sprake indien het bouwwerk voor dat gebruik niet geschikt is zonder ingrijpende bouwkundige veranderingen, wat betreft constructie dan wel inrichting. In dit geval moet worden geoordeeld dat het pand ten tijde van de ingebruikname naar gangbare opvattingen in Nederland niet zonder ingrijpende bouwkundige voorzieningen geschikt was voor gebruik als (discount)supermarkt. Dit gebruik moet derhalve in strijd worden geacht met de bestemming die het pand blijkens zijn constructie en inrichting heeft. Hieraan doet niet af dat appellante vanuit dit pand gedurende enige tijd de door haar gewenste detailhandelsactiviteiten heeft uitgeoefend. B&W waren mitsdien bevoegd om handhavend op te treden. Burgemeester en wethouders van Breda. mrs. J.J.R. Bakker, J.A.W. Scholten-Hinloopen, E.M.H. Hirsch Ballin
Betrokken advocaten
mr. T.A.P. Langhout
appellant
mr. P.L.J. Verhoef
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2026:4, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13-01-2026, 24/91
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RVS:2025:5602, Raad van State, 19-11-2025, 202501408/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:4410, Raad van State, 17-09-2025, 202405288/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:4408, Raad van State, 17-09-2025, 202405289/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
8 augustus 2001
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
Bestuursrecht; OmgevingsrechtZaaknummer
200002459/1
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2001:AD3374