Juristi.nl
ECLI:NL:RVS:2012:BW5284Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2012:BW5284, Raad van State, 09-05-2012, 201109442/1/A1 — RVS:2012:BW5284

Samenvatting

Besluit van 03 12 2010 waarbij het college een B.V. onder oplegging van een dwangsom heeft gelast het zonder omgevingsvergunning verrichten van bouwwerkzaamheden aan een pand onmiddellijk stop te zetten. Bij besluit van 07 03 2011 heeft het college een dwangsom ingevorderd. Het besluit van 03 12 2010 is op 06 12 2010 per post verzonden naar het adres van een administratiekantoor. De B.V. heeft via het administratiekantoor op 07 12 2010 kennis genomen van dit besluit, waarna de werkzaamheden zijn gestaakt. Het college betoogt dat de Rb. heeft miskend dat de schriftelijke bevestiging van de bouwstop van 03 12 2010 op die datum op de juiste wijze is uitgereikt en daarmee in werking is getreden. Derhalve bestaat volgens het college geen aanleiding om de invorderingsbeschikking van 07 03 2011 te herroepen. Het voert daartoe aan dat uit de foto in het inspectierapport met daarop de datum "3/12/2010" en de weerspiegeling van de inspecteur in het raam van het pand blijkt dat de inspecteur op 03 12 2010 bij het administratiekantoor is geweest. Volgens het college moet met deze foto als bewijs, meer waarde worden gehecht aan de verklaring van de inspecteur dan de Rb. daaraan heeft toegekend. De Rb. heeft onbestreden en op goede gronden geoordeeld dat om het besluit van 03 12 2010 in werking te laten treden, het besluit op het adres van een administratiekantoor als vestigingsadres van de B.V. kon worden uitgereikt. Indien bekendmaking van een besluit heeft plaatsgevonden door uitreiking, maar die uitreiking door belanghebbende wordt ontkend, moet het bestuursorgaan aannemelijk maken dat het besluit is uitgereikt. Niet is uitgesloten dat langs andere weg dan een door belanghebbende ondertekend ontvangstbewijs aannemelijk kan worden gemaakt dat aan die eis is voldaan. Indien het bestuursorgaan er echter niet in slaagt de uitreiking aannemelijk te maken, is er geen bekendmaking op de voorgeschreven wijze. De Rb. heeft met juistheid overwogen dat de gang van zaken rondom de uitreiking van het besluit van 03 12 2010 niet vast staat aangezien de inspecteur heeft nagelaten om de gestelde ontvanger van het besluit naar diens naam te vragen en om deze persoon voor ontvangst te laten tekenen. Uit de foto die de inspecteur, blijkens de op de foto vermelde datum, op 03 12 2010 van de buitenkant van het administratiekantoor heeft gemaakt, kan weliswaar worden afgeleid dat de inspecteur op die dag bij het administratiekantoor is geweest, maar niet dat de schriftelijke bevestiging van de bouwstop daadwerkelijk aan een medewerker van het administratiekantoor is uitgereikt. De Rb. heeft tevens terecht geoordeeld dat de gevolgen van deze handelwijze voor rekening van het college dienen te komen en dat als gevolg van die handelwijze de Rb. niet in rechte kon vaststellen dat het besluit van 03 12 2010 op die dag ten behoeve van de B.V. aan een medewerker van het administratiekantoor is uitgereikt. Onder deze omstandigheden is het besluit niet door uitreiking daarvan op 03 12 2010 in werking getreden.

Betrokken advocaten

mr. G. Sloote

mr. G.M. Goes

J.H. Saurens

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

9 mei 2012

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

201109442/1/A1

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:RVS:2012:BW5284

Bekijk op rechtspraak.nl