Juristi.nl
ECLI:NL:RVS:2012:BW7609Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2012:BW7609, Raad van State, 06-06-2012, 201107360/1/A1 — RVS:2012:BW7609

Samenvatting

Dwangsomaanschrijving hetgeen zonder bouwvergunning in, op en/of aan het pand is gerealiseerd, te slopen en gesloopt te houden, alsmede het pand in de oorspronkelijke staat te herstellen en hersteld te houden en daarnaast om het illegale gebruik van het pand als woning te beëindigen en beëindigd te houden. Belanghebbenden exploiteren een rundveehouderij. Op de gronden aan de locatie was in het verleden een fruitteeltbedrijf gevestigd met een daarbij behorende bedrijfswoning. Het pand is in augustus 2001 gekocht door appellant. Appellant heeft het pand, zonder over een bouwvergunning daarvoor te beschikken, verbouwd om het als burgerwoning te kunnen gebruiken. Dit gebruik is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan, omdat op het perceel de bestemming "Recreatieve doeleinden" rust en de gronden ingevolge de bij die bestemming behorende planvoorschriften niet voor woondoeleinden mogen worden gebruikt. Vaststaat dat het terugbrengen van het pand in de oorspronkelijke toestand betekent dat het pand inpandig ingrijpend moet worden verbouwd, waarbij onder meer de woon- en studeerkamer moeten worden verbouwd tot stallen. Het pand zou in dat geval geschikt zijn als agrarisch bedrijfspand, met een inpandige agrarische woning. Op het perceel rust geen agrarische bestemming, zoals in het verleden het geval was, maar het heeft de bestemming "Recreatieve doeleinden". Derhalve kan het pand, ook indien het zou worden teruggebracht in de oorspronkelijke toestand, niet worden bewoond en is het evenmin mogelijk daarin een agrarisch bedrijf te vestigen. Het is wel mogelijk om het pand in dat geval te gebruiken conform de huidige bestemming, maar daarvoor is het niet noodzakelijk om het terug te brengen in de oorspronkelijke toestand. Gelet hierop is het in bezwaar gehandhaafde besluit, voor zover daarbij is gelast de illegale verbouwingen te slopen en gesloopt te houden en het pand terug te brengen in de oorspronkelijke toestand, onevenredig in verhouding tot de daarmee te dienen belangen. De Rb. heeft niet onderkend dat het college in zoverre van handhavend optreden had moeten afzien. Zoals het college ter zitting heeft aangegeven, is bij de Tweede Kamer het wetsvoorstel Plattelandswoningen aanhangig (Kamerstukken II, 2011-2012, 33078, nr. 2). Dit wetsvoorstel heeft betrekking op (voormalige) agrarische bedrijfswoningen die (tevens) door derden mogen worden bewoond. Het wetsvoorstel ziet op de situatie waarin burgerbewoning van een voormalige agrarische bedrijfswoning zou leiden tot beperkingen voor de bedrijfsvoering van een nabijgelegen agrarisch bedrijf. Het wetsvoorstel bepaalt dat deze woningen niet worden beschermd tegen milieugevolgen van het agrarische bedrijf. Dit voorkomt dat agrarische functies en niet-agrarische functies elkaar in de weg zitten bij de toepassing van relevante milieuwet- en -regelgeving. Het college heeft erop gewezen dat, indien het wetsvoorstel tot wet verheven zou worden, het pand van appellant als "Plattelandswoning" bestemd zou kunnen worden. Belanghebbenden worden in dat geval niet in hun bedrijfsvoering belemmerd, omdat aan een plattelandswoning niet hetzelfde beschermingsniveau toekomt als voor een burgerwoning geldt. Gelet op het vorenstaande acht de Afdeling niet uitgesloten dat in de toekomst concreet zicht op legalisatie bestaat ten behoeve van de bewoning van het pand door appellant. De Rb. heeft echter het genoemde wetsvoorstel terecht niet bij de beoordeling betrokken, nu dit wetsvoorstel dateert van na het nemen van het besluit op bezwaar van 16 november 2010 en het college daarmee bij de besluitvorming geen rekening kon houden.

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

6 juni 2012

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

201107360/1/A1

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:RVS:2012:BW7609

Bekijk op rechtspraak.nl