ECLI:NL:RVS:2020:1499, Raad van State, 24-06-2020, 202000278/1/V2 — RVS:2020:1499
Samenvatting
Bij besluit van 14 november 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. De vreemdeling, afkomstig uit Iran, heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij vreest voor vervolging door de Iraanse autoriteiten vanwege rapteksten en poëzie die hij heeft geschreven waarin hij kritisch is op de islam en het Iraanse regime. Volgens de vreemdeling zouden de autoriteiten in 2018 een inval hebben gedaan in zijn ouderlijk huis en daarbij zijn laptop en al zijn teksten in beslag hebben genomen. Deze uitspraak gaat over de vraag of de rechtbank het standpunt van de staatssecretaris over de geloofwaardigheid van dit asielrelaas op de juiste wijze heeft getoetst en of de staatssecretaris het asielrelaas overeenkomstig zijn eigen beleid in de Vc 2000 en Werkinstructie 2014/10 heeft onderzocht en beoordeeld.
Betrokken advocaten
Advocatenkantoor Klein Hesselink, TERNEUZEN
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2024:1078, Raad van State, 15-03-2024, 202307605/1/V3
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2022:1571, Raad van State, 07-06-2022, 202104712/1/V1
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:CRVB:2018:2468, Centrale Raad van Beroep, 09-08-2018, 16/4591 AOW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2018:2008, Centrale Raad van Beroep, 03-07-2018, 17-1730 PW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
24 juni 2020
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
202000278/1/V2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1499