ECLI:NL:RVS:2021:1405, Raad van State, 30-06-2021, 202001526/1/R4 — RVS:2021:1405
Samenvatting
Bij besluit van 21 maart 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Berkelland een dwangsom van € 10.000,00 bij [appellant] ingevorderd. [appellant] heeft op 11 februari 2015 op zijn perceel nabij [locatie] te Beltrum, een esrand, bestaande uit 15 bomen en een struikrand gekapt. Omdat [appellant] dit zonder vergunning heeft gedaan, heeft het college hem bij besluit van 22 april 2015 onder oplegging van een dwangsom gelast een herplant uit te voeren. Bij besluit van 19 mei 2017 heeft het college [appellant] opnieuw een herplantplicht opgelegd. Daarbij is bepaald dat een dwangsom van € 10.000,00 wordt verbeurd indien de herplant na 1 december 2017 niet is uitgevoerd. Nadien is deze termijn verlengd tot 1 december 2018. De herplantplicht omvat 14 zomereiken met een diameter van ongeveer 30 cm (omtrek ongeveer 1m) en een es met een omtrek van 60 tot 70 cm op de oorspronkelijke locatie.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2025:9503, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24-12-2025, 11453645 \ CV EXPL 24-6241 (T)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht
ECLI:NL:RVS:2025:5641, Raad van State, 20-11-2025, 202504126/2/R4
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBOVE:2025:6571, Rechtbank Overijssel, 14-11-2025, ak_24_3246
Rechtbank Overijssel · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:7767, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12-11-2025, 11453645 \ CV EXPL 24-6241 (T)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
30 juni 2021
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202001526/1/R4
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1405