ECLI:NL:RVS:2021:3024, Raad van State, 29-12-2021, 202004024/1/A3 — RVS:2021:3024
Samenvatting
Bij besluit van 1 juni 2017 heeft de burgemeester van Groningen een aanvraag van [appellanten sub 2] (hierna in enkelvoud: [appellant sub 2]) om verlening van een vergunning voor een seksbedrijf afgewezen. [appellant sub 2] is de eigenaar van een seksbedrijf dat al twintig jaar bestaat. Hij heeft vanwege een wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Groningen 2009 de burgemeester op 28 september 2016 verzocht een vergunning af te geven om een seksbedrijf uit te oefenen. Dat wil hij doen aan [7 locaties] te Groningen. Die panden zijn eigendom van [partij] en worden aan [appellant sub 2] verhuurd via twee aan [partij] gelieerde bedrijven. De burgemeester heeft de aanvraag bij het besluit van 1 juni 2017 afgewezen en die afwijzing bij het besluit van 30 mei 2018 gehandhaafd. Volgens hem is [appellant sub 2] niet de exploitant van het seksbedrijf als bedoeld in artikel 3:2 van de APVG 2009. Volgens de burgemeester wordt het seksbedrijf immers niet voor zijn rekening en risico uitgeoefend.
Betrokken advocaten
mr. I. van der Meer
appellant
mr. W.R. van der Velde
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1512, Rechtbank Den Haag, 21-01-2026, SGR AWB 25/3637
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBNNE:2026:94, Rechtbank Noord-Nederland, 19-01-2026, C/18/251143 / KG ZA 25-217
Rechtbank Noord-Nederland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBNNE:2025:5619, Rechtbank Noord-Nederland, 24-12-2025, LEE 25/4273 en 25/4275
Rechtbank Noord-Nederland · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RBNNE:2025:5154, Rechtbank Noord-Nederland, 15-12-2025, LEE 25/5115
Rechtbank Noord-Nederland · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
29 december 2021
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202004024/1/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:3024