ECLI:NL:RVS:2021:908, Raad van State, 28-04-2021, 202002784/1/V6 — RVS:2021:908
Samenvatting
Bij besluit van 7 augustus 2018 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het verzoek van [appellante] om heroverweging van het aan haar opgelegde boetebesluit van 7 maart 2016 afgewezen. De staatssecretaris heeft bij besluit van 7 maart 2016 aan [appellante] een boete opgelegd van € 8.000,00 omdat zij de Wet arbeid vreemdelingen heeft overtreden. Tegen dit besluit heeft [appellante] bezwaar gemaakt. Dit bezwaar is ongegrond verklaard. [appellante] heeft daartegen geen beroep ingesteld, waardoor de opgelegde boete in rechte vast is komen te staan. [appellante] heeft verzocht om heroverweging van de boete, omdat de Afdeling in een zaak waarin een boete voorlag die op basis van hetzelfde feitencomplex is opgelegd aan een bedrijf in dezelfde keten heeft geoordeeld dat de staatssecretaris de boete ten onrechte heeft opgelegd.
Betrokken advocaten
mr. C.J. Dreef
appellant
mr. B.J. van Gent
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:11744, Rechtbank Den Haag, 19-06-2025, 11520352 \ RP VERZ 25-50071
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:6995, Rechtbank Den Haag, 10-01-2025, 24/2243
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBNHO:2024:7723, Rechtbank Noord-Holland, 31-07-2024, 10750557 \ CV EXPL 23-6718
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBROT:2024:1232, Rechtbank Rotterdam, 02-02-2024, 10690264
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
28 april 2021
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202002784/1/V6
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:908