ECLI:NL:RVS:2021:929, Raad van State, 30-04-2021, 202003135/1/V6 en 202004970/1/V1 — RVS:2021:929
Samenvatting
Bij besluiten van 27 februari 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellant] ingetrokken krachtens artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap en hem ongewenst verklaard krachtens artikel 67, eerste lid, aanhef en onder c en e, van de Vw 2000. De staatssecretaris heeft zijn Nederlanderschap krachtens artikel 14, vierde lid, van de RWN ingetrokken, omdat hij zich heeft aangesloten bij een organisatie die deelneemt aan een internationaal gewapend conflict en een bedreiging vormt voor de Nederlandse nationale veiligheid. De staatssecretaris heeft in dit verband verwezen naar het vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Rotterdam van 19 juli 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:5872. Daarin is bewezen verklaard dat [appellant] in de periode van 12 augustus 2014 tot en met 5 juni 2017 te Syrië, heeft deelgenomen aan een organisatie, namelijk Islamitische Staat (IS), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van terroristische misdrijven.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2024:139, Rechtbank Den Haag, 10-01-2024, 23/814
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht
ECLI:NL:GHDHA:2022:1248, Gerechtshof Den Haag, 12-07-2022, 200.287.502/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2022:2058, Rechtbank Den Haag, 11-03-2022, C/09/623959 / KG ZA 22-40
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2021:12781, Rechtbank Den Haag, 24-11-2021, C-09-594910-HA ZA 20-600
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
30 april 2021
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
202003135/1/V6 en 202004970/1/V1
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:929