ECLI:NL:RVS:2022:1691, Raad van State, 15-06-2022, 202106129/1/R4 — RVS:2022:1691
Samenvatting
[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 18 augustus 2021, waarbij zijn verzet tegen de uitspraak van de rechtbank van 18 juni 2021 ongegrond is verklaard. [appellant] heeft beroep ingesteld wegens het niet-tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar. Bij de uitspraak van 18 juni 2021 heeft de rechtbank dit beroep met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft overwogen dat [appellant] het beroep heeft ingesteld op 29 april 2021, terwijl het college op dat moment nog dwangsommen verbeurde naar aanleiding van een eerdere uitspraak van de rechtbank van 18 maart 2021. Daarom kan [appellant] volgens de rechtbank redelijkerwijs niet in een gunstiger positie komen en is het beroep niet-ontvankelijk. [appellant] heeft tegen deze uitspraak verzet gedaan.
Betrokken advocaten
mr. M.M. Breukers
appellant
mr. A. de Boer
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBMNE:2025:6855, Rechtbank Midden-Nederland, 23-12-2025, UTR 25/4848 en UTR 25/4849
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RBNHO:2025:14794, Rechtbank Noord-Holland, 17-12-2025, HAA 25/1226
Rechtbank Noord-Holland · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RVS:2025:5864, Raad van State, 03-12-2025, 202304390/1/R4
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:6661, Rechtbank Midden-Nederland, 26-11-2025, UTR_25_5420
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Gegevens
Datum uitspraak
15 juni 2022
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202106129/1/R4
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1691