ECLI:NL:RVS:2022:1993, Raad van State, 13-07-2022, 202006125/1/A3 — RVS:2022:1993
Samenvatting
Bij besluit van 7 februari 2019 en nader besluit van 17 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag informatie aan [appellant] verstrekt over de verwerking van zijn persoonsgegevens door de gemeente Den Haag. appellant] heeft het college met een beroep op artikel 15, eerste lid, van de Algemene verordening gegevensbescherming, verzocht hem te informeren welke hem betreffende persoonsgegevens door de gemeente zijn verwerkt. In dit verband heeft hij onder meer genoemd de gegevens over en verbonden aan het door hem gebruikte IP-adres en de gegevens die zijn verwerkt in verband met een door de gemeente verwijderde fiets. Verder heeft hij verzocht om inzage in de e-mailcommunicatie die tussen hem en de gemeente heeft plaatsgehad. Bij de besluiten van 7 februari 2019 en 17 april 2019 heeft het college overzichten aan [appellant] verstrekt van zijn persoonsgegevens die door de gemeente zijn verwerkt.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2025:7939, Rechtbank Rotterdam, 07-07-2025, 24-7891
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2024:4484, Raad van State, 06-11-2024, 202302613/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBNHO:2024:7869, Rechtbank Noord-Holland, 18-06-2024, 22-2169
Rechtbank Noord-Holland · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2024:1387, Raad van State, 03-04-2024, 202301144/1/V3
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
13 juli 2022
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202006125/1/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1993