Juristi.nl
ECLI:NL:RVS:2022:3735Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2022:3735, Raad van State, 14-12-2022, 201807685/4/R2 — RVS:2022:3735

Samenvatting

Bij tussenuitspraak van 17 maart 2021 heeft de Afdeling de raad van de gemeente Oisterwijk opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak de geconstateerde gebreken in het besluit van 28 juni 2018 te herstellen. De Afdeling heeft in overweging 6.2 van de tussenuitspraak van 17 maart 2021 overwogen dat, gelet op het feit dat de gronden met de aanduiding "weg" en met de aanduiding "parkeerterrein" erfverhardingen zijn en daarmee voorzieningen, het bouwperceel, gelet op artikel 1.22 van de Verordening Ruimte Noord-Brabant, ook deze gronden bevat. Het bouwperceel, inclusief deze gronden, had een omvang van meer dan 1,5 ha, wat in strijd is met artikel 7.11, eerste lid, van de Verordening Ruimte Noord-Brabant. In overweging 10.2 van de tussenuitspraak is verder overwogen dat, hoewel niet kan worden uitgesloten dat de wegbreedte van de Berktweg uiteindelijk voldoende zal zijn voor een veilige verkeersafwikkeling, deze verwachting van de raad niet met verkeerskundig onderzoek is onderbouwd. Ook is in 10.2 overwogen dat niet duidelijk is waarop de verwachting is gebaseerd dat vrachtwagens in de meeste gevallen op geschikte plaatsen op elkaar kunnen wachten. Gelet hierop heeft de raad onvoldoende inzichtelijk gemaakt dat de Berktweg breed genoeg is voor de veilige afwikkeling van het verkeer.

Betrokken advocaten

mr. S. Peters

appellant

Taylor Wessing, EINDHOVEN

mr. B. de Haan

appellant

Dirkzwager, ARNHEM

mr. M.B. Ph

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

14 december 2022

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

201807685/4/R2

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RVS:2022:3735

Bekijk op rechtspraak.nl