ECLI:NL:RVS:2022:3985, Raad van State, 28-12-2022, 202106387/1/A2 — RVS:2022:3985
Samenvatting
Bij brieven van 21 december 2020 is aan [appellant] medegedeeld dat hij een bedrag van € 2.189,00 aan te veel ontvangen huurtoeslag en een bedrag van € 680,00 aan te veel ontvangen zorgtoeslag nog niet heeft betaald en dat hij dit alsnog moet doen. [appellant] heeft in 2015 huur- en zorgtoeslag ontvangen. Bij besluit van 11 oktober 2019 heeft de Belastingdienst/Toeslagen deze toeslagen definitief vastgesteld en bepaald dat [appellant] een bedrag van € 2.189,00 aan te veel ontvangen huurtoeslag en een bedrag van € 680,00 aan te veel ontvangen zorgtoeslag terug moet betalen. Hiertegen heeft [appellant] bezwaar gemaakt. Bij besluit van 24 februari 2020, verzonden aan [appellant], heeft de Belastingdienst/Toeslagen het bezwaar van [appellant] voor zover gericht tegen de definitieve vaststelling van zijn zorgtoeslag voor het jaar 2015 ongegrond verklaard. In dit besluit is [appellant] er op gewezen dat als gevolg van het beslissen op zijn bezwaarschrift het eerder verleende uitstel van betaling eindigt en dat hij een brief kan verwachten waarin staat hoeveel hij nog moet terugbetalen.
Betrokken advocaten
mr. T. Kuijpers
appellant
mr. E. Snuverink
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2023:3772, Raad van State, 11-10-2023, 202204750/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2021:2743, Raad van State, 08-12-2021, 202100541/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2021:2495, Raad van State, 10-11-2021, 202103035/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2021:2165, Raad van State, 29-09-2021, 202002944/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
28 december 2022
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202106387/1/A2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3985