ECLI:NL:RVS:2022:416, Raad van State, 09-02-2022, 202006216/1/A3 — RVS:2022:416
Samenvatting
Bij besluit van 24 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Delft de aanvraag van [appellant A] en [appellant B] voor een voorrangsverklaring afgewezen. [appellant A] en [appellant B] hebben drie kinderen en wonen daarmee samen in een eengezinswoning, met twee slaapkamers en een tuin, aan de [locatie]. Twee van de kinderen, [dochter] en [zoon], hebben visuele beperkingen en een motorische ontwikkelingsachterstand als gevolg van het syndroom van Joubert. Op 31 december 2019 hebben [appellant A] en [appellant B] een aanvraag voor een voorrangsverklaring ingediend, omdat zij een woning wensen in de buurt van revalidatiecentrum Basalt en het Reinier de Graafziekenhuis in Delft, waar [dochter] en [zoon] worden behandeld, en de school in Delft waar [dochter] en [zoon] speciaal onderwijs zullen volgen. De woning waarin ze nu wonen is daarnaast te klein en [appellant B] is door de situatie overbelast.
Betrokken advocaten
Y.S. Man
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHDHA:2023:1384, Gerechtshof Den Haag, 21-06-2023, 200.311.767/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2022:7773, Rechtbank Rotterdam, 06-07-2022, C/10/637152 / FA RK 22-2795
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2021:12176, Rechtbank Rotterdam, 13-12-2021, C/10/625286 / KG ZA 21-786
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBROT:2021:9331, Rechtbank Rotterdam, 25-06-2021, C/10/618367 / FA RK 21-3675
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
9 februari 2022
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202006216/1/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:416