ECLI:NL:RVS:2023:2071, Raad van State, 31-05-2023, 202106120/2/A3 — RVS:2023:2071
Samenvatting
Bij besluit van 27 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant] een bestuurlijke boete opgelegd van € 20.500,00 op grond van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2016. [appellant] is eigenaar van de woning op het adres [locatie] in Amsterdam. Hij woont sinds 2012 in [land] en heeft een professioneel verhuurbedrijf ingeschakeld om de woning voor hem te verhuren. Hij was in de veronderstelling dat de woning sinds 2013 voor permanente bewoning verhuurd werd. Op 31 januari 2019 hebben toezichthouders de woning bezocht. Uit het daarvan opgemaakte rapport van bevindingen volgt dat in de woning een Russische vrouw is aangetroffen. Zij verklaarde dat zij de dag daarvoor gearriveerd was. Haar vriend zou een dag later komen. Zij wilden het centrum van Amsterdam zien om daarna door te reizen naar Parijs. Ze wist niet hoe de boeking was gegaan, dat had haar vriend geregeld. In de basisregistratie personen stond al sinds 14 juli 2014 niemand ingeschreven op het adres.
Betrokken advocaten
mr. J. van den Boorn
appellant
mr. F. Schuttenhelm
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:6324, Raad van State, 24-12-2025, 202405050/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:6162, Raad van State, 17-12-2025, 202403062/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:6302, Raad van State, 16-12-2025, 202500511/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:6259, Raad van State, 18-11-2025, 202500026/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 mei 2023
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202106120/2/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:2071