ECLI:NL:RVS:2024:1402, Raad van State, 03-04-2024, 202200549/1/A3 — RVS:2024:1402
Samenvatting
Bij besluit van 19 maart 2019 heeft de burgemeester van Amsterdam een exploitatievergunning van [appellante] voor een raamprostitutiebedrijf ambtshalve gewijzigd. Deze uitspraak gaat over een ambtshalve wijziging van de vergunning van [appellante] voor het exploiteren van een raamprostitutiebedrijf. Aan deze vergunning zijn voorschriften verbonden. De vraag die in deze uitspraak voorligt is of één van deze voorschriften aan de vergunning had mogen worden verbonden. Deze zaak heeft een relevante voorgeschiedenis. Na de opheffing van het bordeelverbod in het jaar 2000 heeft de raad van de gemeente Amsterdam een vergunningsplicht opgelegd aan exploitanten van raamprostitutie. In artikel 151a van de Gemeentewet is opgenomen dat de raad de bevoegdheid heeft om een verordening vast te stellen waarin voorschriften worden gesteld met betrekking tot het bedrijfsmatig geven van gelegenheid tot het verrichten van seksuele handelingen tegen betaling. De raad heeft vervolgens van deze bevoegdheid gebruik gemaakt, een vergunningenstelsel in het leven geroepen en daarbij bepaald dat de burgemeester bevoegd is om dergelijke vergunningen te verlenen.
Betrokken advocaten
mr. M.F.W. Boermans
appellant
mr. A. Termeulen
appellant
mr. M.L. Disseldorp
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:336, Raad van State, 21-01-2026, 202305102/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:6339, Raad van State, 24-12-2025, 202400527/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:GHAMS:2025:3498, Gerechtshof Amsterdam, 16-12-2025, 200.335.570/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2025:14309, Rechtbank Rotterdam, 05-12-2025, ROT 23/6607
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
3 april 2024
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202200549/1/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1402