ECLI:NL:RVS:2024:2095, Raad van State, 15-05-2024, 202302056/1/A2 — RVS:2024:2095
Samenvatting
De maatregel tot het volgen van een verplichte cursus alcohol en verkeer kan worden opgelegd aan een bestuurder die de gedraging die daartoe aanleiding geeft feitelijk heeft begaan. Om een maatregel te kunnen opleggen moet met voldoende zekerheid komen vast te staan wie de bestuurder is. In deze zaak gaat het alleen om de vraag of het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen voldoende zekerheid had om de maatregel aan [appellant] op te leggen.
Betrokken advocaten
mr. J.J. Kwant
appellant
mr. O. van Loon Jurist
appellant
mr. J.F. de Groot
appellant
mr. M. Schuurman Verschenen
appellant
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:443, Raad van State, 29-01-2026, BRS.26.000117
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:CRVB:2026:47, Centrale Raad van Beroep, 15-01-2026, 25/336 AOR
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:464, Rechtbank Den Haag, 05-01-2026, NL25.62664
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:25586, Rechtbank Den Haag, 31-12-2025, 25.62156
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
15 mei 2024
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202302056/1/A2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2095