ECLI:NL:RVS:2024:3382, Raad van State, 21-08-2024, 202402798/1/A2 — RVS:2024:3382
Samenvatting
Bij beslissing van 5 februari 2024 hebben de examinatoren het door [appellant] afgelegde examen beoordeeld met een 5,0. [appellant] is sinds studiejaar 2016-2017 ingeschreven als student voor de voltijdsopleiding HBO-ICT aan De Haagse Hogeschool. In studiejaar 2022-2023 heeft hij voor het eerst deelgenomen aan het examentraject. Dat jaar haalde hij zowel voor de eerste kans, als voor de tweede kans een onvoldoende. Een schikkingsgesprek met de examencommissie IT&D heeft toen geleid tot een derde kans voor het examentraject. Hiervoor zijn twee nieuwe examinatoren aangewezen. Op 29 januari 2024 heeft de examenzitting van de derde kans plaatsgevonden. De examinatoren hebben ook die kans op 5 februari 2024 beoordeeld met een onvoldoende. [appellant] betoogt dat de procedure in administratief beroep niet juist is verlopen. Het administratief beroepschrift is via de examencommissie bij het CBE ingediend, terwijl dit volgens hem direct bij het CBE moest worden ingediend. Daardoor heeft de procedure vertraging opgelopen, heeft hij onnodig collegegeld betaald en frustratie ervaren. Daarbij was de procedure bij het CBE niet transparant en was er sprake van partijdigheid.
Betrokken advocaten
mr. M.H. Hehemann
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:1749, Raad van State, 25-03-2026, 202300717/2/V1
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2025:2308, Raad van State, 21-05-2025, 202500969/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:1132, Raad van State, 19-03-2025, 202407168/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2024:3732, Raad van State, 25-09-2024, 202202112/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
21 augustus 2024
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202402798/1/A2
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3382