ECLI:NL:RVS:2024:4486, Raad van State, 06-11-2024, 202300381/1/R4 — RVS:2024:4486
Samenvatting
Bij besluit van 15 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergeijk besloten over te gaan tot invordering van een volgens het college door [appellante] verbeurde dwangsom van € 50.000,00. [appellante] is eigenares van het perceel en de opstallen aan de [locatie] te Westerhoven. Bij het onherroepelijk geworden besluit van 20 april 2021 heeft het college een last onder dwangsom aan [appellante] opgelegd van € 50.000,00 ineens wegens overtreding van de Woningwet, het Asbestverwijderingsbesluit 2005 en het Bouwbesluit 2012. [appellante] verbeurt deze dwangsom indien: (a) sloopwerkzaamheden worden verricht anders dan door een gecertificeerd bedrijf; (b) sloopwerkzaamheden worden uitgevoerd zonder dat een volledige melding, inclusief een actueel asbestinventarisatierapport, is gedaan en deze melding is geaccepteerd; (c) [appellante] het met asbest besmette gedeelte van het perceel weer betreedt of toestaat dat dit wordt betreden voordat sanering genoemd onder b is uitgevoerd. In dat besluit staat dat toezichthouders door het spannen van afzetlinten kenbaar hebben gemaakt wat het besmette gebied is dat niet mag worden betreden.
Betrokken advocaten
mr. A. Poetai
appellant
mr. W. Koster
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:6311, Raad van State, 31-12-2025, 202504693/1/R2 en 202504693/2/R2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:5613, Raad van State, 19-11-2025, 202307756/1/R2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:5338, Raad van State, 05-11-2025, 202300038/1/R1
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:19098, Rechtbank Den Haag, 25-09-2025, SGR 22/2524 en 22/2578
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
6 november 2024
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202300381/1/R4
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4486