ECLI:NL:RVS:2024:896, Raad van State, 13-03-2024, 202304212/1/V3 — RVS:2024:896
Samenvatting
Bij besluit van 13 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. De vreemdeling heeft de Angolese nationaliteit. De staatssecretaris heeft zijn aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat volgens hem op grond van de Dublinverordening België verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Deze uitspraak gaat over de vraag of voor België mag worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en of de vreemdeling een reëel risico loopt dat hij bij terugkeer naar België terechtkomt in een situatie die in strijd is met artikel 4 van het EU Handvest en artikel 3 van het EVRM. Daarbij zal met name worden ingegaan op de capaciteit aan opvangplaatsen in België en de toegang van de vreemdeling tot de opvang. De rechtbank heeft overwogen dat de staatssecretaris niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom nog steeds van het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor België mag worden uitgegaan.
Betrokken advocaten
mr. D.P.A. van Laarhoven
mr. P.H. van Akenborgh
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:3901, Raad van State, 20-08-2025, 202404064/1/V3
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2025:3900, Raad van State, 20-08-2025, 202403148/1/V3
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2025:3432, Raad van State, 23-07-2025, 202404292/1/V3
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2025:3431, Raad van State, 23-07-2025, 202404286/1/V3
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
13 maart 2024
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
202304212/1/V3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:896