ECLI:NL:RVS:2025:1269, Raad van State, 26-03-2025, 202301029/1/A3 — RVS:2025:1269
Samenvatting
Bij besluit van 11 augustus 2020 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 6.000,00 vanwege overtreding van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. [appellante] was eigenaresse van een massagesalon in Hilversum en had in 2019 een werkneemster in dienst die in de massagesalon werkte. Op 25 oktober 2019 heeft een arbeidsinspecteur [appellante] mondeling gevorderd om stukken over het dienstverband van de werkneemster te verstrekken, waaronder stukken waaruit blijkt hoeveel uren de werkneemster heeft gewerkt en onder gezag stond. Op 28 oktober 2019 heeft een arbeidsinspecteur de vordering schriftelijk bevestigd en bepaald dat de stukken voor 1 november 2019 moeten worden verstrekt. Vervolgens heeft [appellante] op 30 oktober 2019 verschillende stukken verstrekt waaronder de arbeidsovereenkomst met de werkneemster, salarisstroken met het aantal uitbetaalde uren per maand, betaalbewijzen van het uitbetaalde loon en overzichten van het totaal aantal gewerkte uren per maand.
Betrokken advocaten
mr. M.M. de Lange
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:4801, Raad van State, 08-10-2025, 202407172/1/V6
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2025:1299, Raad van State, 26-03-2025, 202304540/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:1167, Rechtbank Amsterdam, 21-02-2025, AMS 22/4016
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:1168, Rechtbank Amsterdam, 21-02-2025, AMS 23/6082
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
26 maart 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202301029/1/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1269