ECLI:NL:RVS:2025:177, Raad van State, 14-01-2025, 202406777/1/A3 — RVS:2025:177
Samenvatting
De Afdeling heeft in haar uitspraak van 17 april 2024, zaaknr. 202202784/1/A3, de burgemeester van Den Haag opgedragen om binnen twaalf weken na verzending van die uitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen een nieuw besluit te nemen en dit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. [appellant] heeft beroep bij de Afdeling ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit door de burgemeester. De burgemeester heeft nog geen besluit genomen. De termijn die de Afdeling in haar uitspraak van 17 april 2024 heeft gegeven, is daarom overschreden. Ter zitting is met partijen besproken welke beslistermijn zou moeten worden opgelegd. Uiteindelijk konden alle partijen zich vinden in een uiterste beslisdatum van 14 maart 2025.
Betrokken advocaten
mr. E.P. Alonzo
appellant
mr. R.J.A. Meerman Verschenen
verweerder
mr. C.J. Borman
verweerder
mr. J.C.A. de Poorter
verweerder
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:587, Raad van State, 03-02-2026, 202404021/4/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1768, Rechtbank Den Haag, 30-01-2026, NL25.24392 en NL25.24393
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2026:460, Raad van State, 28-01-2026, 202403724/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2026:310, Raad van State, 20-01-2026, 202505958/2/R1
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
14 januari 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202406777/1/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:177